Frozen Dead Guy Days

Nederland, Colorado.

Een klein, stil dorpje in de Rocky Mountains, 18 mijl van Boulder vandaan, op 2508 meter hoogte. Slechts een klein deel van de iets meer dan 1300 inwoners woont in de dorpskern zelf, het merendeel woont in de bergen eromheen.

Nederland heeft één supermarkt, één drankzaak, een aantal restaurants (waarbij Wild Mountain Smokehouse & Brewery zeker een aanrader is), en – sinds kort – zes “medical marijuana dispensaries”, dus zes verkooppunten voor medische marijuana.

Veel Nederlanders die hun vakantie in Denver starten rijden even door Nederland, al was het maar om even te stoppen bij het bord aan de rand van het dorp: “Nederland Welcomes You”.

Ooit gesticht door een Nederlands mijnbouwbedrijf dat verschillende mijnen in de omgeving van het stadje Caribou exploiteerde (voornamelijk zilver), fungeerde Nederland als het bevoorradingsstadje voor de mijnbouw. In de Tweede Wereldoorlog kreeg de mijnbouw rondom Nederland een opleving, dit keer vanwege de aanwezigheid van tungsten, of wolfraam, wat wordt gebruikt in de productie van gloeilampen, om staallegeringen beter hittebestendig te maken,

Caribou, nu een spookstadje vijf mijl buiten Nederland, was van 1972 tot 1985 ook bekend vanwege Caribou Ranch, een opnamestudio die aan de weg van Nederland naar Caribou lag, en waar vele bekende artiesten albums hebben opgenomen. Om een paar te noemen: Chicago; Earth, Wind & Fire; The Beach Boys; Deep Purple; Michael Jackson; John Lennon; Jerry Lee Lewis; Elton John (die er zijn album “Caribou” uit 1974 naar vernoemde); Tom Petty; Rod Stewart; Supertramp; Frank Zappa; U2. In 1985 brak er brand uit in de studio, waardoor er voor $3 miljoen dollar schade ontstond. Na de brand is de studio niet meer heropend.

Nederland werd weer gewoon dat kleine stille dorpje, aan het Barker Meadow Reservoir, in het Roosevelt National Forest.

Twee keer per jaar echter wordt het druk in Nederland. Héél druk.

Elke zomer (eind augustus) wordt er het NedFest gehouden (The Nederland Music & Arts Festival), een driedaags evenement met muziek, microbrouwerijen, arts & crafts, en lekker eten. Per dag zijn “slechts” 2000 kaartjes beschikbaar waardoor het natuurlijk druk wordt in het kleine dorpje. Het eerste NedFest werd in 1996 gehouden, en na een korte afwezigheid in 1997 en 1998 wordt het sinds 1999 elk jaar weer georganiseerd.

Afgelopen weekend was het de beurt aan het andere (sinds 2002) jaarlijks terugkerende festival, met een zeer tot de verbeelding sprekende naam: de Frozen Dead Guy Days.

Zoals de naam al aangeeft, wordt dit festival gevierd naar aanleiding van een “Frozen Dead Guy”. Maar wie is die bevroren dode kerel dan? Een klein stukje geschiedenis.

In 1989 bracht een Noor, Trygve Bauge, het lichaam van zijn overleden grootvader naar de Verenigde Staten, om zijn stoffelijk overschot daar te laten preserveren middels cryonisme, het bewaren van het lichaam van een overledene in diepgevroren staat, waardoor het in principe onbeperkt houdbaar blijft. Het lichaam van Trygve’s grootvader, Bredo Morstøl, werd vervolgens van 1990 tot 1993 bewaard bij Trans Time, Inc. in San Leandro, Californië.

In 1993 werd Bredo’s lichaam verpakt in “dry ice” (of droogijs), en naar Nederland, Colorado gebracht, waar Trygve en zijn moeder Aud (de dochter van Bredo) een eigen “cryonics” bedrijf wilden starten.

Nadat Trygve werd gedeporteerd omdat hij te lang in de VS was gebleven nadat zijn visum was verlopen, hield zijn moeder Aud haar vader’s lichaam middels “dry ice” in diepgevroren toestand in een schuurtje achter hun nog niet volledig afgebouwde huis.

Uiteindelijk werd Aud uit haar huis gezet, omdat het huis geen electriciteit en stromend water had, iets wat niet was toegestaan volgens de plaatselijke bouwverordening.

Aud vertelde haar verhaal over haar vader’s bevroren lichaam aan een journalist, die naar het plaatselijke gemeentehuis ging om de mensen daar op de hoogte te stellen van de zorgen die Aud had over het feit dat haar vaders lichaam zou kunnen ontdooien als zij uit huis zou worden gezet. Zoals viel te verwachten ontstond er heel wat sensatie rondom het verhaal van “Grandpa Bredo”.

In een reactie op het gebeuren breidde Nederland de lokale verordening uit met een onderdeel “Keeping of bodies”: het houden van “the whole or any part of the person, body or carcass of a human being or animal or other biological species which is not alive upon any property” werd verboden. Er werd echter ook een uitzondering gemaakt: voor Bredo.

Vanuit Noorwegen plaatste Trygve een “gezocht”-advertentie op het internet, waarin hij op zoek was naar iemand die het lichaam van zijn grootvader elke maand van nieuw “dry ice” wilde voorzien. Bo Shaffer, de CEO van Delta Tech, een plaatselijk bedrijf gespecialiseerd in milieutechnisch onderzoek Bo Shaffer, reageerde op de advertentie, en voorziet Bredo inmiddels alweer 12 jaar elke maand van nieuw “dry ice” om hem bevroren te houden, hetgeen hem de bijnaam “The Iceman” opleverde. Elke maand brengen Shaffer en zijn team ongeveer 800 kilo “dry ice” naar de schuur – 10 jaar geleden gedoneerd door schuurfabrikant Tuff Shed – om de in piepschuim, zeil en dekens gehulde sarcofaag met Grandpa Bredo’s lichaam erin op -60 graden Fahrenheit / -51,1 graden Celsius te houden. Bo houdt ook een logboek bij, compleet met foto’s over al zijn “Ice Runs”; klik hier om het log te bekijken.

Sinds 2002 worden de Frozen Dead Guy Days elk jaar georganiseerd om deze unieke inwoner van Nederland te eren.

Tijdens de festiviteiten staat er een feesttent met live muziek en bier van verschillende brouwerijen, en vinden er allerlei ludieke evenementen plaats zoals de Polar Plunge, de Coffin Races, de Hearse Parade, en allerlei andere wedstrijden en evenementen die jaarlijks kunnen wisselen.

Afgelopen zaterdag zijn ook wij naar de Frozen Dead Guy Days geweest, samen met Arthur en Kim die in Nederland wonen. We hebben onze auto bij hen thuis geparkeerd, en dat was maar goed ook want het was ontzettend druk. Overal waar auto’s konden staan, stonden ook daadwerkelijk auto’s. Vanaf het deck bij Arthur en Kim achterom hebben we de Hearse Parade bekeken. Nou ja, we zagen de Hearse Parade van een flinke afstand, deels door de verrekijker. De Hearse Parade bestaat uit een optocht van lijkwagens, al dan niet in originele staat.

IMG_2643 (Custom)

Later, eenmaal in het dorp zelf, stonden de diverse lijkwagens her en der geparkeerd, en er zaten wel enkele bijzondere tussen:

IMG_2681 (Custom)

IMG_2685 (Custom)

Als eerste gingen we echter naar de Polar Plunge: er was een gat in het ijs gezaagd, en daar sprongen de deelnemers dan in. Ijzig koud dus! De meeste deelenemers hadden wel iets bijzonders aan, of deden wel iets bijzonders voordat ze het water insprongen. Het leukste waren echter nog de “Oh my god!” reacties van de mensen die het toch kouder vonden dan ze hadden verwacht. Gelukkig hadden we een goed plekje weten te bemachtigen, waardoor we alles goed konden zien.

In de eerste foto zie je ook goed hoe druk het is – let vooral ook op alle mensen die bovenop het heuveltje staan…

IMG_2662 (Custom)

IMG_2650 (Custom)

IMG_2652 (Custom)

IMG_2649 (Custom)

IMG_2669 (Custom)

Na de Polar Plunge was het tijd voor de Coffin Races. Vier personen in een team dragen een “doodskist” waarin de vijfde persoon zit of ligt. Twee teams tegelijk dienen een moeilijk parcours te nemen met de doodskist, zonder dat het vijfde teamlid eruit valt. Het snelste team wint. De omstandigheden waren zaterdag extra moeilijk omdat het door de gesmolten sneeuw bijzonder modderig was. Jammer genoeg was het door de enorme drukte erg lastig om veel te zien, maar ik heb toch een paar foto’s weten te maken die de race – en de drukte – een beetje weergeven:

IMG_2686 (Custom)

IMG_2687 (Custom)

IMG_2689 (Custom)

IMG_2692 (Custom)

Na de Coffin Races wilden we een hapje gaan eten, maar zoals wel viel te verwachten zaten de meeste restaurants bom- en bomvol. Bij de Wild Mountain Brewery was wachttijd zelfs meer dan 50 minuten. Uiteindelijk hebben we bij de supermarkt hamburgers en hotdogs gekocht die we bij Kim en Arthur thuis op de barbecue hebben gegooid. Ook lekker, en erg gezellig – en de honden waren ook blij dat we er weer waren.

We hadden er nog over gedacht om aan de tour deel te nemen om Grandpa Bredo in zijn Tuff Shed te gaan bekijken, maar na het zien van de prijs van $25 per persoon(!) besloten we dat we die $100 toch liever ergens anders aan uitgaven.

Hier krijg je een beetje een idee van hoe Bredo erbij ligt:

De Frozen Dead Guy Days zijn in ieder geval ontzettend leuk, en als je ooit het eerste weekend van maart in de buurt van Nederland bent dan moet je er zeker even naar toe gaan. Het is de moeite waard!

Werken in de VS

En weer lig ik achter op schema met mijn blog.

De schuld ligt echt bij de Xbox 360, en nu sinds een paar dagen ook bij de Wii Fit… verslavend zijn die krengen!

Hoe dan ook, er was weer een lezersvraag ingediend:

“Merk je veel verschil qua werkwijze tov Nederland? Ik hoor wel vaker dat er in het algemeen in de USA veel meer en harder gewerkt dient te worden dan in NL om je baan te garanderen, en ook vaak voor minder salaris of secundaire voorwaarden?”

Goede vraag, moeilijk te beantwoorden. Zoals bij zoveel zaken kun je ook hier niet generaliseren.

Laat ik achteraan beginnen: minder salaris en minder secundaire voorwaarden.

In tegenstelling tot in Nederland bepaalt waar je werkt hier zeer sterk mede de hoogte van je salaris. Als je ergens achteraf in West Virginia woont, of in het noorden van Pennsylvania in de kleinere stadjes en dorpjes, en $55.000 per jaar verdient, dan heb je daar een bijzonder riant salaris. In Bradford, PA kun je bijvoorbeeld voor rond de $60.000 al een groot, mooi huis kopen. Verdien je diezelfde $55.000 in Washington, DC, dan is je salaris verre van goed.

Kosten van levensonderhoud in een bepaalde regio hebben dus grote invloed op de hoogte van een salaris. Hierdoor kan het dus moeilijk zijn om te bepalen of een inkomen goed is of niet, als je de regio niet kent.

Wat de secundaire voorwaarden betreft: dit verschilt bijzonder sterk per werkgever.

Als je bijvoorbeeld naar vakantiedagen kijkt, dan is er in de VS geen wettelijke verplichting voor een werkgever om een minimumaantal vakantiedagen te geven. Veel werkgevers bieden wel vakantiedagen aan om het voor werknemers aantrekkelijk te maken, maar officieel hoeven ze dit niet te doen. Of je dus vakantiedagen krijgt, hangt dus volledig af van de werkgever.

In de meeste gevallen dien je de vakantiedagen ook op te bouwen. Je krijgt niet aan het begin meteen je 13 vakantiedagen, maar je bouwt die uren op bij elke ‘pay period’. Pas aan het eind van het jaar heb je dus – als je tussendoor geen uren opneemt – echt 13 dagen voor je vakantie. Wil je in de tussentijd een weekje ertussenuit, dan zul je als je te weinig vakantieuren hebt onbetaald verlof moeten opnemen. Toen wij afgelopen oktober twee weken naar Nederland zijn geweest, heb ik 8 dagen onbetaald verlof gehad, omdat ik nog niet voldoende vakantieuren had opgebouw (ik werkte er toen net 2 maanden).

Bij Walmart kreeg je het eerste half jaar in het geheel geen vakantieuren, en in het tweede half jaar kreeg je 6 dagen – die je dan wel weer eerst per ‘pay period’ moest opbouwen.

Zoals je ziet kan het dus best lastig zijn, vakantie nemen in Amerika.

Andere voorwaarden, zoals ziektekostenverzekering, zijn eveneens zeer sterk werkgever-afhankelijk. Bij Walmart kon ik pas na 90 dagen in aanmerking komen voor een zeer beperkte ziektekostenverzekering. Bij Road Bear werd dit niet eens aangeboden, omdat het bedrijf daar te klein voor is, en de kosten te hoog zouden zijn. Bij ACS kwam ik vanaf de eerste volledige werkmaand in aanmerking voor “medical, dental & vision”, plus “life insurance”, 401K (pensioenopbouw), en nog een aantal extra verzekeringen. Per bedrijf is het dus verschillend óf je ziektekostenverzekering kunt krijgen via het werk, hoe veelomvattend de dekking dan is, en hoeveel je uiteindelijk als werknemer nog moet betalen als je gebruik maakt van een arts of medicijnen.

Om je een voorbeeld te geven: Anna is laatst naar een arts geweest om pijnstillers te krijgen voor haar fibromyalgie. Ze heeft bijzonder weinig last ervan, maar soms heeft ze gewoon “flare-ups” die te pijnlijk zijn om met Aleve te bestrijden.

Als je naar een arts gaat, betaal je een deel zelf – dit is de “co-pay”; de verzekering betaalt een deel, en jij betaalt mee. De uiteindelijke rekening voor het doktersbezoek was als volgt:

  • Het in rekening gebrachte bedrag voor het bezoek aan de arts van zo’n 15 minuten: $136.00
  • Korting omdat je naar een arts binnen het zorgnetwerk van de verzekeraar bent gegaan: $21.09
  • Betaald door de ziektekostenverzekering: $89.91
  • Zelf betalen (de “co-pay”): $25

81% van de totale rekening ($111.00) wordt dus via je verzekering betaald. Maar goed, ondanks dat je dus per maand al $247.00 aan ziektekostenverzekering betaalt, moet je alsnog $25 betalen voor een artsenbezoek (of $45 als je naar een specialist gaat, en $135 als je naar de eerste hulp gaat). En dan te bedenken dat mijn werkgever (naar eigen zeggen) 75% van de totale kosten van de ziektekostenverzekering al op zich neemt…
De medicijnen kostten uiteindelijk slechts $7.98, dus daar mag je dan weer niet over klagen.

Ja, het is dus duur om je te verzekeren, maar aan de andere kant – als je die 75% door de baas betaalde kosten niet had, was het nog eens veel duurder… We zijn in ieder geval eens benieuwd hoe de dingen gaan veranderen nu ACS onderdeel van Xerox is, omdat Xerox ontzettend goede “benefits” schijnt te hebben (inclusief zorgverzekeringen).

Dan het tweede deel van de vraag, over het harder moeten werken. Dit vind ik een moeilijke vraag om te beantwoorden. Ik denk dat dit per bedrijf wel anders zal zijn, en ook per soort werk wat je doet. Er zijn bij ons op het werk mensen die veel meer dan 40 uur werken, omdat ze anders hun werk gewoon niet afkrijgen omdat het zo veel is. Er zijn echter ook mensen die meer dan 40 uur op het werk aanwezig zijn, en die die extra uren nodig hebben om hun normale hoeveelheid werk af te krijgen. Dit zijn de mensen die veel flauwekullen, veel met anderen staan te praten, langere lunches nemen, enz. enz.

Wat ik persoonlijk heb gemerkt, is dat ik niet zo heel erg hard hoef te werken om mijn werk (voortijdig) af te krijgen, en dan nog vaak te horen krijg dat ik zo snel ben. Naast mijn gewone werk krijg ik nu ook allerlei extra taken, en nóg krijg ik alles op tijd af. Ik kan vrijwel elke dag op tijd naar huis, zonder stress, en met alles afgerond wat afgerond moest worden.

En waar ligt dat nu aan? Ben ik gewoon zo goed? Nee, echt niet. Werk ik extra hard? Neuh, dat kan ik ook niet echt zeggen. Tussen alle dingen die gedaan moeten worden door kijk ik zeer regelmatig even op het internet (CNN.com, NU.nl, het AllesAmerika-forum), en er is ook genoeg tijd om even met collega’s te flauwekullen. Voor mijn gevoel werk ik dus in een normaal tempo, maar krijg ik alles gewoon lekker op tijd af. Krijg ik dan zo weinig werk toegewezen? Nee, ook dat is niet het geval. Mijn lijst met implementatie-projecten is lekker lang, ik heb drie niet-implementatieprojecten ernaast, plus alle opzeggingen komen langs mij – ik heb genoeg te doen dus.

Ik zou het dus niet echt weten waar het aan ligt. Misschien dat wij Nederlanders er een iets andere houding op na houden ten opzichte van sommige Amerikanen als het op werken aan komt. Misschien zijn wij Nederlanders productiever in de tijd dat we werken. Als ik soms collega’s hoor spreken over hoe ze hopen vandaag of anders morgen een bepaald document af te kunnen krijgen, dan denk ik bij mezelf “dat is maar twee uurtjes werk!”, maar de reactie naar die collega toe is dan “Okay, that’s great!”.

Men zegt bijvoorbeeld ook over Japanners dat ze enorm lange uren draaien, soms wel 60 uur per week. Nederlanders die ik ken die er geweest zijn (en gewerkt hebben) zeggen echter dat de hoeveelheid werk die Japanners in 60 uur afkrijgen, wij in Nederland in 38 of 40 uur doen. En zo zegt men ook van de Amerikanen dat ze veel en lang werken. Maar krijgen ze ook meer werk af in die tijd?

Misschien heeft het gebrek aan vrije tijd en vaak de mogelijkheid om langer dan een week achter elkaar verlof op te nemen er wel mee te maken. Misschien werken Amerikanen langer maar minder hard om een burn-out te voorkomen vanwege die mindere vrije tijd. Misschien werken sommige Amerikanen ook minder hard omdat er nu eenmaal heel veel banen zijn waar je per uur betaald krijgt: als het tempo daar lager ligt heb je meer uren nodig, wat weer meer salaris betekent (al zul je daar wel een goede balans moeten zoeken zodat je niet te veel uren nodig hebt, en dan daar dan door ontslagen wordt).

Kortom: ik weet het niet. Zoals gezegd vind ik het moeilijk te beoordelen. Uit mijn eigen ervaringen kan ik alleen maar zeggen dat als ik mijn werktempo vergelijk met mijn collega’s dan hoef ik niet zo hard te werken om hen bij te kunnen houden.

Maar zoals bij de meeste zaken in de VS is ook dit heel moeilijk te vergelijken met Nederland. Er zijn heel veel factoren rondom “werk” die hier een rol spelen, die je in Nederland niet hebt.

En ach, zolang ze me niet overwerken, vind ik het wel goed zo… ;-)

ACS – A Xerox Company

Over vier dagen is het zover: ik werk dan alweer een half jaar bij ACS, het grootste bedrijf in Amerika waar je nog nooit van gehoord hebt. Maar dat gaat veranderen: ACS is overgenomen door Xerox. acsxerorxHierdoor werk ik eindelijk voor een bedrijf met een bekende naam! Door de overname van ACS (voor 6,5 miljard dollar) is Xerox nu uitgegroeid tot een “22.5 billion dollar industry leader”, waar 130.000 man werkzaam zijn.

Voor ons kleine kantoortje zal er niet zo heel veel veranderen, behalve dan dat we nu misschien eens fatsoenlijke printers krijgen!

Ik zeg “er zal niet zo heel veel veranderen”, omdat de meeste veranderingen al hebben plaatsgevonden: zoals ik al eerder schreef zijn er sinds ik in augustus bij ACS ben begonnen 8 mensen hun baan kwijtgeraakt, vanwege bezuinigingen. Dit betekende dat er een interne herstructurering plaats moest vinden om een deel van dit werk “off-shore” te brengen, en het andere deel moest intern worden opgevangen.

Afgelopen donderdag bleek dat dit laatste zo effectief werd gedaan, dat men nog iemand permanent naar huis kon sturen. Door die herstructurering was deze persoon niet meer full time met dat werk bezig, dat men zijn taken wel ergens anders onder kon brengen, en zijn functie kon elimineren. En daar stond James dan ineens op straat: 7,5 jaar er gewerkt, de enige kostwinner in het gezin, net een nieuw huis gekocht, en drie kinderen waarvan er een dit jaar gaat studeren. Het zal je maar gebeuren…

Het beetje “survivor’s guilt” dat ik na de laatste ontslagronde had, is er niet meer. Natuurlijk, het is en blijft ontzettend lullig voor James, maar ik ben inmiddels haast zover om te zeggen “liever hij dan ik”. Het blijkt dat je op dat vlak toch redelijk snel went aan de hardheid van het Amerikaanse systeem.

Het goede nieuws – als je daar in deze situatie over kunt spreken – is dat de werkzaamheden van James in ons team worden ondergebracht. Het “goede” zit hem in het feit dat wij, naast onze bestaande werkzaamheden, er nu nog meer werk en verantwoordelijkheden bij krijgen. Als het goed is betekent dit dat we ons – voorlopig in ieder geval – geen zorgen hoeven te maken over onze “job security”.

Hoe dan ook, medelijden met James moet je wel hebben… (Ook al denkt iedereen dat hij snel wel weer een nieuwe baan zal hebben).

Een laatste gevolg van de bezuinigingen die men heeft doorgevoerd, is de “on-shoring” van een van onze kantoren, in Maumelle, Arkansas. De mensen die daar werken kunnen veelal hun werk van huis uit doen, of het is werk dat door een bestaande andere afdeling kan worden overgenomen. Het is de bedoeling dat dit kantoor per 15 maart wordt gesloten, en hiervoor is nu een project gestart.

Tot mijn verbazing werd mij gisteren gevraagd of ik dit project wilde leiden. Ze hadden een redelijk onafhankelijk iemand nodig, die projectmanagement ervaring had, en men dacht dat ik wel een geschikte kandidaat zou zijn. Erg leuk, natuurlijk, dat men zoveel vertrouwen in mij stelt – en het is voor mij een kans om mezelf te bewijzen.

Doordat ik nu al bijna zes maanden bij ACS – A XeroX Company – werk, heb ik een nieuw persoonlijk record gevestigd: het is de langste tijd dat ik tot nu toe in de VS voor één en dezelfde werkgever heb gewerkt!

Bij Walmart heb ik 5 maanden en 18 dagen gewerkt (in twee verschillende functies), en bij Road Bear 3 maanden en 11 dagen – en nu bij ACS woensdag a.s. dus precies 6 maanden.

En hopelijk komen daar nog heel wat maandjes bij…

Slaapgebrek

Nadat ik recentelijk nogal wat blogs heb geplaatst – waarbij ik zelfs op een bepaald moment een voorraadje had opgebouwd, is het nu weer even stil geweest.

De reden daarvoor: de aanschaf van een Wii en een Xbox 360.

En die dingen zijn vreselijk.

Vreselijk leuk, vreselijk verslavend, en vreselijk slecht voor je nachtrust omdat deze voor je er erg in hebt veel korter wordt dan je graag zou willen.

We zijn een week of drie geleden begonnen met een Wii.

Na heel lang te hebben getwijfeld of we het wel of niet zouden doen, gaf een middagje Wii-en (is dat een woord?) bij Anna’s broer de doorslag: het is toch wel erg leuk en apart om te doen! Ook de Wii Fit was een bijdragende factor in het beslissingsproces.

De knoop werd doorgehakt, en zo hadden wij ineens een Wii. We hebben nog geen Wii Fit, mede omdat het Balance Board bijna overal uitverkocht is omdat Nintendo niet aan de vraag kan voldoen. Je hebt zo’n Balance Board dan niet per se nodig, maar als we het doen, dan willen we het ook goed doen – en dus wachten we nog even.

Wii Sports Resort is absoluut verslavend. Tennis, golf, wakeboarding, boogschieten, noem het maar op of je kunt het nu in je woonkamer spelen. Zorg echter wel ervoor dat je het polsbandje goed strak vastmaakt, want als je in een overenthousiaste bui per ongeluk je Wii controller los laat, dan kan dat nare gevolgen hebben. Ook zonder dat je de controller door de kamer laat vliegen moet je uitkijken: bloemenvazen, lampen en huisgenoten (mens en/of dier) zijn niet veilig als de Wii-speler te dicht in de buurt komt – kijk maar eens hier: Wii have a problem

Ook autoracen is erg leuk op de Wii, zeker als je zo’n klein stuurtje erbij koopt waar je de controller in kunt klikken – en het is even verslavend als de eerder genoemde sporten.

Een Wii kan wel spierpijn opleveren, en zorgen voor verrekte spieren: als je iets te enthousiast uithaalt om die tennisbal of honkbal een nog hardere mep te verkopen zonder dat je weerstand krijgt, of uren achter elkaar staat te tennissen of zit te wakeboarden, dan voel je dat de volgende dag wel.

Ach ja, het maakt de ervaring meer levensecht, zullen we maar zeggen.

De Wii heeft echter één groot nadeel voor Anna: met haar fibromyalgie is het moeilijk om langere tijd achter elkaar te Wii-en (ik vind het gewoon een leuk “woord”). Het vasthouden van de controllers gaat na een tijdje behoorlijk pijn doen in haar handen, wat helaas betekent dat ze niet elk spel langere tijd kan spelen.

Bij de Xbox die we in Nederland hadden, had zij dit probleem niet omdat je de controller bij de Xbox in je schoot kunt laten rusten – iets wat bij de meeste Wii spellen niet gaat omdat daar de beweging van de controller juist de essentie van de Wii is.

Eerder deze week belde Anna me op het werk op: Toys-R-Us had een Xbox 360 in de aanbieding, en wel de Elite versie, waarbij je een wireless controller krijgt. In eerste instantie wilde ik er niets van weten, omdat we nu eenmaal net de Wii hadden gekocht.

Op het verlanglijstje stond ook nog een Blu-Ray speler van Sony die bij onze surround sound set past, en waarmee je wireless films van bijvoorbeeld Netflix kunt streamen. We hadden zo’n speler zien staan voor $179, en aangezien we in de toekomst een Netflix abonnement af wilden sluiten omdat we beide filmfans zijn, zouden we deze gaan aanschaffen.
Wat bleek echter: de Blu-Ray speler die wij hadden zien staan was het verouderde model en inmiddels uitverkocht, en het nieuwe model was een stuk duurder.

De nieuwe prijs van de speler kwam nu ineens verdacht veel in de buurt van de aanbiedingsprijs van de Xbox 360 na de 10% personeelskorting die Anna krijgt. Plus: met een wireless adapter erop kun je op de 360 de Netflix films óók wireless streamen. En we hebben al een regiovrije DVD-speler met de mogelijkheid voor HD upconverting, dus het beeld wordt al beter op een HDTV.

En zo werd daarom besloten om niet langer voor de Blu-Ray speler gaan, maar voor de Xbox 360.
We hebben ook maar meteen van de aanbieding geprofiteerd om vier spellen voor de prijs van drie te krijgen, waarbij je bij twee spellen ook nog eens tegoedbonnen kreeg ter waarde van in totaal $50 – waarvan we een tweede wireless controller voor de Xbox hebben gekocht, plus een Zapper voor de Wii (het “geweer” waar je de controller en de nunchuk in klikt).

En zo werd de verslaving de afgelopen week steeds erger, en werden mijn nachten de afgelopen week steeds korter…

Denver

Ilana stelde de vraag hoe het is om in Denver te wonen, of liever een hele serie vragen over Denver:

hoe is het om te wonen in Denver, in bijvoorbeeld een buitenwijk/voorstad? Hoe is het daar gesteld met de voorzieningen? Is er meer dan alleen maar de o,zo Amerikaanse shoppingmalls met restaurants er aan vast? Zijn er leuke buurten buiten downtown waar je als cultuur-liefhebber je hart op kan halen? Waar je lekker op straat kan lopen en window-shoppen?
Zijn er gezellige terrasjes op straat? En bijzondere winkels?

Ik heb wel gemerkt dat inwoners van Denver best vrijdenkend zijn. Maar zie je dat ook terug in de wijken en op straat?

Waar gaan jullie naartoe in het weekend? Stel dat je in Nederland een dagje naar Amsterdam of Antwerpen zou zijn gegaan…..wat is vergelijkbaar in Denver?

Laten we beginnen met de definitie van “Denver”.

Je hebt eigenlijk “verschillende” Denvers: je hebt Denver als in “the City and County of Denver”, in het plaatje hieronder weergegeven in blauw:

denvercounty (Custom)

Zoals je ziet heeft Denver County een rare vorm. Dit heeft te maken met het vliegveld van Denver. Tot 1995 was Stapleton International Airport het vliegveld van Denver, maar het werd te klein, en veroorzaakte teveel overlast. Er werd daarom besloten tot het aanleggen van een nieuw vliegveld, en dan ook maar meteen het grootste internationale vliegveld van de VS (qua oppervlak): Denver International Airport (DIA). Uiteraard diende dit vliegveld onderdeel te zijn/worden van “the City and County of Denver”, wat verklaart waarom Denver County nu zo’n rare vorm heeft.

In de “City and County of Denver” wonen ongeveer 600.000 mensen, en waarmee Denver op de 24e plaats terechtkomt van Amerikaanse steden met de grootste bevolking. Naast de “City and County of Denver” heb je ook de “10-county Denver-Aurora-Broomfield, CO Metropolitan Statistical Area” (soms ook wel de “Greater Denver Metro Area” genoemd), en dan heeft Denver ineens 2,5 miljoen inwoners.

Aurora, wat ooit begon als een voorstadje van Denver, heeft inmiddels een bevolking van rond de 325.000 inwoners, en kan daarmee moeilijk nog als een buitenwijk worden aangeduid. In plaats daarvan heeft Aurora zich tot een eigen, redelijk grote stad ontwikkeld. En het beperkt zich niet alleen tot Aurora, ook andere stadjes zoals Broomfield, ooit een klein stadje tussen Denver en Boulder, worden langzaamaan meer en meer onderdeel van het grote Denver. Hetzelfde geldt ook voor Lakewood, Englewood, Louisville, Arvada, enz. enz.

Verder in dit stukje zal ik met Denver “the City and County of Denver” bedoelen.

Denver heeft 79 officiële buurten. Een kaartje met buurten vind je hier. Voor een overzicht met een korte beschrijving van de diverse buurten kun je hierterecht; een andere leuke site is deze.

Heel veel van deze buurten hebben hun eigen kleine centrumpje; bij de een is dat wat meer ontwikkeld dan bij de ander, of er is een centrumpje voor een aantal (kleinere) buurten samen. Deze kleine centra bestaan voornamelijk uit winkels, variërend van grote ketens zoals Walmart en Target, tot iets kleinere ketens zoals Safeway en King Soopers, tot aan de kleine kruidenier op de hoek. Uiteraard horen bij zulke centrumpjes ook restaurants, en ook deze varïeren van de grote ketens als McDonald’s, Burger King, en Wendy’s, tot leuke kleine (buurt)restaurants, zoals bijvoorbeeld Krameria Cafe vlakbij ons, en – mijn absoluut favoriete restaurant in Denver: Tables.

In meerdere of mindere mate vind je deze centra overal. Hoe verder je echter van de grotere steden weg woont, des te verder je zult moeten rijden voor de grotere ketens. Neem bijvoorbeeld het kleine plaatsje Erie (6500 inwoners) waar we voor een huis hebben gekeken: daar was niet veel te vinden aan winkels. Wilde je van dat huis naar een supermarkt dan moest je al snel een 4,5 mijl oftewel een goede 7 kilometer rijden voor de dichtstbijzijnde. Weliswaar is Erie een klein plaatsje ruwweg tussen Denver en Boulder en niet een buitenwijk van Denver, maar het geeft je een beetje een idee.

Downtown Denver vind ik persoonlijk heel weinig aan, en we komen er eigenlijk vrijwel nooit. Alleen met Kerst zijn we naar de Parade of Lights geweest, en we zijn in de zomer naar een festival (A Taste of Colorado) geweest. Goed, je hebt er LoDo, wat wel leuk is om eens doorheen te lopen, en je hebt er de 16th Street Mall, maar deze laatste vind ik helemaal niks: ik vind het ongezellig, veel van de winkelpanden liggen leeg, en de winkels die er nog zijn stellen weinig voor.

Wil je leuk shoppen, en window shoppen, dan kun je het beste naar Cherry Creek North gaan (rond 1st en 2nd). Goed, Cherry Creek is niet goedkoop, maar het heeft wel verschillende straten met winkels (zo’n 320), en natuurlijk het Cherry Creek Shopping Center (met nog eens 160 winkels). Even buiten Denver is het heel leuk winkelen in Flatiron Crossing. Toegegeven, het is (net als Cherry Creek Shopping Center) een overdekte mall, maar wel een gezellige, met leuke winkels. En zo zijn er nog wel een paar (onoverdekte) winkelcentra langs de 36 tussen Denver en Boulder.

En over Boulder gesproken: echt leuk is de Pearl Street Mall. Als je op zoek bent naar terrasjes zul je deze in Denver weinig tegenkomen, of het moet al bij een enkel verdwaald barretje of restaurantje ergens zijn. Aan de – autovrije – Pearl Street Mall vind je echter heel wat terrasjes waar het gezellig zitten is tussen de historische gebouwen, wat eten en/of drinken bij de bars en restaurants, en mensen kijken. Dit lijkt eigenlijk nog het meest op de oudere stadscentra met terrasjes zoals we die in Nederland kennen – en het is maar een dik half uurtje rijden van Denver.

Wat betreft de vrijdenkende mensen: ook hier hangt het een beetje af van waar je gaat. In het algemeen zijn de mensen in Colorado in het algemeen vrij nuchter en gericht op “leven en laten leven”. Het is hier ook allemaal heel erg informeel: het valt gewoon op als iemand een stropdas om heeft – zelfs in de sjiekere restaurants is een jasje vaak al voldoende – het dasje kun je thuislaten.

Om cultuur te snuiven kun je in downtown Denver naar verschillende musea gaan, zoals het Denver Museum of Contemporary Art, het Denver Art Museum, het Colorado History Museum, en even buiten downtown heb je bijvoorbeeld het Denver Museum of Nature and Science, vlakbij de dierentuin, of Wings over the Rockies, en zo zijn er nog wel een aantal musea in Denver en omgeving. Een (deel van een) buurt die bekend staat om zijn kunst- en cultuurgehalte, is het Tennyson Street Cultural District: een buurt met kunstgalerieën restaurantjes, boekwinkeltjes, en elke eerste vrijdag van de maand een Artwalk.

De vraag wat we in het weekend doen, en waar we een weekendje naar toe zouden gaan is een leuke: we hebben heel veel plannen, maar om die ten uitvoer te brengen is vaak wat lastiger: Anna moet vaak óf een zaterdag, óf een zondag werken, óf het hele weekend, waardoor we weinig gelegenheden hebben om veel te doen in het weekend. Ze is nu flink aan het zoeken naar banen dichter bij Denver dan Fort Collins, dus hopelijk komt daar in de nabije toekomst wel verandering in: “so much to do, so little time to do it in”…

Plaatsen waar je naar toe kunt gaan op een redelijke rijafstand zijn bijvoorbeeld Breckenridge: nog geen anderhalf uur rijden, en je kunt er makkelijk een dag doorbrengen. Of je gaat naar Fort Collins; ik vind zelf Fort Collins een heerlijke stad. Het heeft een oud centrum (ook met terrasjes!), leuke winkeltjes en restaurantjes, en natuurlijk de New Belgium Brewery – ook altijd leuk om even binnen te wippen en de gratis proeverij mee te pikken. Je kunt dan nog even doorrijden naar Estes Park, ook leuk om even te slenteren en wat te eten en drinken, bijvoorbeeld op de veranda van het mooie Stanley Hotel. Het is een aanrader om er eens te overnachten (het is gezellig, en je kunt er lekker eten) en dan vanuit Estes het Rocky Mountain National Park inrijden.

Je kunt ook nog wat verder noordelijk gaan, richting Cheyenne, Wyoming – een goed anderhalf uur rijden van Denver. Of je gaat de bergen in, naar Blackhawk, het casino-stadje om een avondje te gokken.

Je kunt ook naar het zuiden gaan, naar Colorado Springs, bijvoorbeeld, wat op een goed uur rijden ligt. Daar niet al te ver vandaan ligt ook Manitou Springs, met heel veel winkeltjes en restaurantjes – vlakbij de Garden of the Gods. Of je gaat naar het westen, de bergen in richting Glenwood Springs – op zich is daar niet zo heel veel te doen en te zien, maar je kunt er heerlijk genieten van de Glenwood Hot Springs Pool
.

En zo zijn er nog heel veel andere plaatsen, en plaatsjes, en dorpjes die de moeite van het bezoeken waard zijn – als je er de tijd voor kunt vinden.

Je ziet, Denver – en de omgeving van Denver – heeft eigenlijk best wel wat te bieden. Je kunt het zo gek niet bedenken, of je kunt het wel vinden. Je kunt winkelen bij de grote ketens, of bij de kleine speciaalzaakjes. Je kunt eten bij de Burger Kings van deze wereld, of de kleine lokale restaurantjes. Je kunt lekker achter de televisie hangen, of je kunt een van de vele musea gaan bezoeken. Je kunt in de achtertuin blijven zitten, of je gaat naar een van de 260 parken die Denver rijk is. Je kunt in je eigen buurt blijven, of je gaat een van de vele andere kleurrijke buurten verkennen. En tot slot kun je natuurlijk in je eigen Denver blijven, of je gaat verder het mooie Colorado ontdekken!

“Dinner’s ready!”

Van verschillende kanten kreeg ik vragen over eten, variërend van wat we zo’n beetje eten, tot waar we dat eten kopen, en waarom Amerikanen nog steeds zo vaak gaan uiteten, zelfs in de mindere economie. Een interessant onderwerp om over te schrijven, zeker aangezien ik wel van lekker eten hou. Door deze liefde voor lekker eten heb ik wel mooi dit goddelijke lichaam gekregen – alleen jammer dat die god Buddha is…

Om met de laatste vraag te beginnen: waarom gaan Amerikanen zo vaak uiteten, ook als het met de economie minder gaat?

Laten we allereerst vooropstellen dat de vraag enigszins generaliserend is; met meer dan 300 miljoen Amerikanen is het altijd lastig om te spreken over “de Amerikaan” of “de Amerikanen, en dat maakt ook dat deze vraag moeilijk te te beantwoorden is. De antwoorden die je krijgt lopen zeer uiteen, waarbij het niet alleen afhangt van aan wie je dit vraagt, maar ook wáár je dat vraagt.

Er zijn heel veel factoren die een rol spelen.

- Cultuur bepaald
Als uitgangspunt moet worden genomen dat er in Amerika veel meer een “buiten de deur eten”-cultuur heerst dan in Nederland, zowel voor ontbijt, lunch als avondeten. Omdat het een deel uitmaakt van de cultuur zal zoiets ook niet al te snel wijzigen; door de slechte economie zal het wellicht afnemen, maar het zal nooit helemaal verdwijnen.

- Werkende ouders
Werken allebei de ouders, of is er een ouder die thuis werkt? Onderzoek heeft uitgewezen dat gezinnen waarin beide ouders werken vaker gaan uiteten. Tel daarbij op dat in de Verenigde Staten in 75% tot 85% van de gezinnen beide ouders werken, en al snel kun je de conclusie trekken dat er heel veel buiten de deur wordt gegeten. Als er een ouder is die thuis werkt, part-time werkt, vroeg thuis is, of helemaal niet werkt, dan wordt er weer vaker thuis gekookt.

- Restaurantaanbod
Zijn er restaurants in de buurt? Uiteraard heeft het aanbod van restaurants een grote invloed op de beslissing om toch maar te gaan uiteten. Hoe verder je moet gaan om te gaan uiteten, hoe minder snel je zult gaan. Als ik bij ons in de buurt kijk, en via restaurant.com op onze zip code zoek, dan zitten er binnen een straal van 5 mijl 61 restaurants; vergroot je de straal naar 15 mijl, dan loopt het op naar 128 restaurants. Bedenk daarbij dat hier de fast food ketens zoals McDonald’s, Burger King, Good Times, Qdoba’s, Taco Bell, Sonic, enz. enz. nog niets eens bij zijn inbegrepen, en je ziet dat er een overweldigende hoeveelheid restaurants bestaat. Al deze restaurants zitten in verschillende prijsklassen, van fast food, tot luxe grill restaurants. Je kunt het dus zo duur en goedkoop maken als je zelf wilt, en vaak is het ook een “last minute” beslissing – ik heb eigenlijk toch geen zin om te koken, we gaan wel ergens wat eten.

Ga ik echter zoeken op een andere zip code, bijvoorbeeld voor Erie, Colorado, een half uurtje rijden hier vandaan, dan komt diezelfde website uit op 1 restaurant binnen 5 mijl, en 19 binnen 15 mijl. Je kunt je voorstellen dat mensen in Erie minder snel geneigd zijn om (al dan niet “last minute”) in de auto te springen om te gaan uiteten.

- Prijzen van de restaurants
Afhankelijk van waar je je boodschappen gaat doen, ben je al gauw een dollar of zeven, acht, kwijt voor twee stukjes vlees. Daarbij wil je nog wat sla, tomaten, komkommer, een uitje, en je bent al snel weer een dollar of vijf, zes, zeven kwijt (wederom afhankelijk van waar je gaat en daarmee de kwaliteit die je krijgt). Je wilt ook nog wat rijst of aardappelen erbij, en je bent weer wat dollars verder. Inmiddels zit je met z’n tweetjes alweer rond de $15, of meer – en dan moet je nog gaan koken.
Óf je besluit om bijvoorbeeld naar Chili’s te gaan, waar je met z’n tweetjes voor $20 kunt eten: je deelt een voorgerecht met elkaar, ieder krijgt een eigen hoofdgerecht, en vervolgens deel je een nagerecht. Uiteindelijk krijg je meer, binnen dezelfde tijd, het kost maar nauwelijks iets meer – en je hoeft niets te koken en af te wassen. En dan wordt dat uit eten toch weer aantrekkelijk.

Tel daarbij op dat je ook nog goedkoper kunt gaan uiteten, en de keuze om thuis te koken wordt steeds lastiger in het licht van al het bovenstaande.

Ondanks dat het niet zo goed gaat met de economie, gaan heel veel mensen nog gewoon uiteten, omdat de kosten van de boodschappen hetzelfde zijn gebleven, of zelfs duurder zijn geworden.

Dat gezegd hebbende zijn er natuurlijk ook héél veel mensen die wel meer thuis gaan koken dan gaan uiteten. Walmart heeft bijvoorbeeld een reclamecampagne gehad waarin de klant wordt voorgerekend hoeveel ze op jaarbasis kunnen besparen door per week één keer minder uit te gaan eten. Tekenen dat het toch wel leeft.

Zoals gezegd speelt ook een rol waar je woont: niet alleen wat betreft aanbod van restaurants, maar ook hoe hard de lokale economie is getroffen door de recessie. In grote delen van Colorado valt het nog wel mee allemaal, maar in veel andere delen van het land is de economie veel harder getroffen, waardoor de kans groot is dat restaurants het daar ook zeker zullen merken.

Ik refereerde hierboven al kort aan boodschappen doen, en waar je dat doet. Een van de vragen was waar wij onze boodschappen gaan doen.

Voordat we in ons huis trokken gingen we veel naar Walmart; er lag er een op 2 mijl van waar we woonden. Nu ligt diezelfde Walmart op 4 mijl afstand, en moeten we via twee drukke wegen rijden. Nu hebben we echter een King Soopers en een Safeway op minder dan 1 mijl afstand – en ineens zijn deze winkels een stuk aantrekkelijker geworden. Je betaalt wel een beetje meer, maar daarentegen hoef je niet ver te rijden, en ben je sneller met alles klaar dan bij Walmart met zijn enorme lange wachtrijen bij de kassa’s. Daarbij is de kwaliteit van King Soopers en Safeway stukken beter dan Walmart, zeker wat vers spul betreft. En is het die 30 cent die je op de jus d’orange bespaart bij Walmart ten opzichte van Safeway het echt waard om heen en terug 8 mijl te gaan rijden, met de kosten van benzine en de tijd die je kwijt bent erbij opgeteld? Heel vaak niet. Soms rijd ik echter na het werk bij Walmart langs, maar ook dan hangt het ervan af wat we nodig hebben; de Safeway en de King Sooper liggen namelijk ook op mijn weg terug. Eén ding wat bij Walmart bijvoorbeeld stukken goedkoper is dan bij Safeway of King Sooper, is het toiletpapier: dat kan al snel $5 schelen, en dan loont het zich natuurlijk wel om even bij Wally World langs te rijden, en het dan te combineren met andere boodschappen – zo bespaar je nog eens wat!

Wat ons eten betreft: daar is geen peil op te trekken. Heel veel hangt af van de werktijden van Anna. Als zij tot laat moet werken, of lange dagen heeft, dan wordt er bijzonder weinig gekookt. Er wordt dan of iets in de oven gegooid, of er wordt iets besteld (pizza of chinees), of we besluiten alsnog om maar even te gaan uiteten. Wat dat betreft is het geen goed iets dat op 2 minuten loopafstand een leuke bar zit waar ze erg lekker eten hebben tegen een redelijke prijs, en dat er zoveel restaurants vlakbij zitten…

Als we wel tijd hebben, en als er dan wordt gekookt, dan varieert ook dat heel erg. Soms is het een flinke salade met een stukje vlees, al dan niet vergezeld van aardappelpuree of rijst, andere keren gaat er iets de oven in, of soms de magnetron.

Eergisteren was het een lekkere karbonade van Whole Foods, met daarbij witte rijst met boter en knoflook, vergezeld van verse spruitjes in een witte wijn-roomsaus met uitjes erin. Lekker, makkelijk en niet duur. Vanavond is het “carbonnardes á la flamande & gratin dauphinois”… bief en uien gestoofd in bier, met daarbij een aardappelgratin – Anna wilde eens experimenteren… en dat vind ik prima!

Als we pizza eten, dan halen we die vaak bij Papa Murphy’s: zij maken de pizza klaar voor je, maar jij bakt hem zelf thuis in je eigen oven. Erg lekker, en niet al te duur: met een kortingsbon betaalden we vandeweek maar $10.99 voor een Family size pizza, met een doorsnede van 16 inch, oftewel zo’n 40 centimeter. Uiteraard is dat veel te veel voor ons tweetjes, maar wel ideaal om de volgende dag mee naar het werk te nemen voor je lunch.

Je ziet: ons avondeten is om vele redenen bijzonder onregelmatig, en ook onvoorspelbaar. Maar één ding is zeker: het is altijd lekker!

“Ladies and gentlemen of the jury…”

Vrijdagmiddag, zo tegen 18:00 uur. Ik kom thuis van het werk, zet mijn laptoptas neer, en het eerste wat Anna zegt is “I’ve got something fun for you!” en begint te lachen.

Ze overhandigt me een stuk post wat eerder die dag was aangekomen:

jurysummons

Yep, je ziet het goed: ik ben opgeroepen voor “jury duty”.

In Colorado worden juryleden opgeroepen aan de hand van bestanden waarin iedereen is opgenomen die kiesrecht heeft, iedereen die een Colorado rijbewijs heeft, en bestanden van het Colorado Department of Revenue. Deze lijsten worden samengevoegd, dubbele namen en namen van mensen die zijn overleden worden verwijderd, en de overgebleven lijst wordt verdeeld naar de counties waar de personen wonen. Gedurende het jaar vraagt elke county een hoeveelheid namen op gebaseerd op het aantal rechtszaken, en de namen voor de oproepen worden willekeurig gekozen uit die lijst.

Als je wordt opgeroepen voor “jury duty”, dan ben je verplicht om te gaan, op straffe van een boete die redelijk hoog kan zijn. In de wet is vastgelegd dat je werkgever je niet mag ontslaan omdat je wegens “jury duty” niet kan komen werken. De eerste drie dagen is de werkgever verplicht je $50 per dag te betalen (wat in overleg uiteraard meer kan en mag zijn), daarna betaalt de staat je die $50 per dag.

Sinds 1990 bestaat in Colorado het zogenaamde “one day/one trial” systeem. Dit systeem houdt in dat degene die is opgeroepen voor “jury duty” en ook op komt dagen op diezelfde dag verlost wordt van de “jury service” verplichting, tenzij hij/zij wordt gekozen als jurylid voor een bepaalde rechtszaak. Wordt de opgeroepene toegewezen aan een rechtszaak, dan geldt de verplichting tot “jury service” voor de duur van de rechtszaak. De gemiddelde duur van een rechtszaak in Colorado is drie dagen.

Volgens mijn “jury summons” zou ik op 19 februari moeten verschijnen.

Mijn eerste reactie was een klein beetje opgelatenheid, wat echter al snel plaats maakte voor opwinding. Tijdens mijn rechtenstudie heb ik het vak rechtspsychologie gevolgd, en daarvoor een paper geschreven over het gebruik van psychologen/”trial consultants” op de rechtsgang en rechtszaken in de VS. Deze psychologen/”trial consultants” worden ingehuurd om de selectie van de juryleden (”voir dire”) te leiden. Gebaseerd op sociale achtergrond, opleidingsniveau, maatschappelijke klasse, het type werk, en antwoorden op bepaalde vragen die tijdens de selectie worden gesteld worden opgeroepen personen al dan niet gekozen als geschikt jurylid voor deze bepaalde zaak.

Het was een van mijn favoriete vakken van de hele studie, wat zich ook uitte in het cijfer: een 10. Anna’s broer’s zwager (oftwel de broer van de vrouw van de broer van Anna – snap je ‘m nog?) heeft jarenlang gewerkt als psycholoog/”trial consultant”, en van hem had ik een goede lijst met literatuur over het onderwerp gekregen – ontzettend interessante materie.

Daarnaast heb ik een deel van deze materie ook kunnen gebruiken in mijn afstudeerscriptie, over het verschil tussen de VS en Nederland wat betreft de hoogte van schadevergoedingen toegekend in productaansprakelijkheidszaken. Wederom ontzettend interessante materie – als je er van houdt, natuurlijk.

Je begrijpt nu misschien een beetje waarom ik wel enigszins opgewonden was vanwege de kans om het hele juryproces eens van heel dichtbij te kunnen bekijken.

Al snel maakte de opwinding plaats voor iets wat me heel vaag bijstond: moest je niet een US Citizen zijn om als jurylid te kunnen fungeren?

Op de achterkant van de “jury summons” stond het antwoord – je moet voldoen aan de volgende voorwaarden:

* You are 18 years of age or older.
* You reside or live at least 50% of the time in the county or municipality from which you have been summoned, whether or not you are registered to vote.
* You are a Citizen of the United States.
* You can read, speak, and understand the English language.
* You have not been selected and served as an impaneled juror in any court within the preceding twelve months, nor have you been scheduled for juror service within the next twelve months by another court. (Any person claiming this disqualification shall submit proof from the appropriate authority verifying prior or pending service.)
* You do not have sole responsibility for the daily care of a permanently disabled person living in the same household, where your juror service would cause substantial risk of injury to the health of the disabled person. (If you do, you may be required to submit a statement from your doctor or authorized Christian Science practitioner to the jury commissioner as soon as possible after receipt of this summons before you may be disqualified.)
* You do not have a physical or mental disability that would affect your ability to serve as a juror. (If you do, you may be required to submit a statement from your doctor or authorized Christian Science practitioner to the jury commissioner as soon as possible after receipt of your summons before you may be disqualified.)

Zucht. Jammer. Zoals ik me al meende te kunnen herinneren moet je inderdaad een US Citizen zijn.

Ach ja, over twee jaar mag ik mijn Amerikaans staatsburgerschap aanvragen. Als dubbele nationaliteit tegen die tijd door Nederland nog steeds wordt toegestaan, dan zal ik dat ook zeker doen; het heeft immers alleen maar voordelen. En wie weet krijg ik als ik eenmaal een US Citizen ben weer een oproep, en kan ik het alsnog van dichtbij meemaken.

“Ladies and gentlemen of the jury, have you reached a verdict?”

Auto’s, kentekens en belastingen…

Nancy stelde de vraag of er in de Verenigde Staten ook belastingen op auto’s worden geheven.

Onderstaande geldt voor Colorado, maar zal neem ik aan niet al te sterk afwijken van hoe het in andere staten gaat.

Als je in Colorado bij een dealer een nieuwe auto koopt, betaal je de Sales Tax over de aanschaf. Je krijgt dan in eerste instantie een tijdelijke kentekenplaat. Dit is is in de meeste gevallen een vel dik papier of dun karton dat wordt uitgegeven door de staat, met daarop een tijdelijk kentekennummer. Dit tijdelijke kentekennummer is geldig voor de nieuw aangeschafte auto totdat de permanente kentekenplaat is ontvangen. Er staat ook een datum op tot wanneer deze tijdelijke kentekenplaat geldig is. Vóór die datum dien je bij je plaatselijke DMV (algemeen: Department of Motor Vehicles, of in Colorado: Division of Motor Vehicles) je auto gaan laten registreren.

Als je nieuwe auto in het systeem staat met jou als nieuwe eigenaar, dan krijg je een zogenaamde “title notice” thuisgestuurd. Met deze “title notice”, bewijs van verzekering voor je auto, je identiteitsbewijs en bewijs van een eventuele lening die je voor de auto hebt afgesloten ga je dan naar een DMV lokatie. Daar wordt de auto dan definitief op jouw naam geregistreerd.

Je betaalt hier dan ook direct de kosten verbonden aan de registration; dit bedrag is samengesteld uit een belasting en administratieve kosten voor de komende 12 maanden. Sinds vorig jaar zijn deze in Colorado behoorlijk gestegen. In januari 2009 betaalden we rond de $150 om de Explorer op kenteken te zetten; in mei 2009 betaalden we over de $300 om de New Beetle op kenteken te zetten. De dame van de DMV vertelde ons dat we geluk hadden gehad, want als we nu een SUV op kenteken hadden moeten zetten, waren we meer dan $600 kwijt geweest.

Op het moment dat je je auto laat registreren, krijg je ook direct je kentekenplaten mee. Je kunt in de meeste staten kiezen of je de reguliere platen wilt, of dat je bijzondere platen wilt. De reguliere Colorado kentekenplaten zien er zo uit: coplate

Achter de balie hebben ze bij de DMV gewoon een hele stapel van deze kentekenplaten liggen. Er wordt willekeurig een setje gepakt, en dat worden dan jouw kentekenplaten.

Je kunt ook allerlei speciale kentekenplaten krijgen, die dan meer kosten, en vaak gaat een deel van deze kosten naar een goed doel (zo kun je bijvoorbeeld platen krijgen waarmee je het kankerfonds steunt). Hier alvast een kleine selectie:
coplates (Custom)

Naast al deze kentekenplaten kun je ook nog zogenaamde “Alumni Plates” krijgen, van de universiteit waar je op hebt gezeten.

Voor een overzicht van alle platen kun je hier kijken.

Je kenteken wordt in het systeem vastgelegd, en je krijgt je “registration” mee: het bewijs dat je auto is geregistreerd (je weet wel, zoals je in de films de agenten altijd hoort vragen: “license and registration, please”). Naast je registration en je kentekenplaten krijg je ook twee kleine stickertjes: een witte met het jaartal van het volgende jaar (het jaartal tot wanneer je registratie geldig is), en een gele met de maand van registratie. Deze stickertjes dien je zelf op je kenteken te plakken: de maand gaat linksonder in de hoek, het jaartal rechtsonder.

Elk jaar moet je je kentekenregistratie vernieuwen, en krijg je een nieuw stickertje voor het jaartal.

Toevallig is de kentekenplaat op mijn Ford Explorer ook aan vernieuwing van de registratie toe. Hiertoe krijg je een kaartje thuisgestuurd ter herinnering, waar dan ook het te betalen bedrag op staat. Voor de Explorer is dat deze keer $195.51. Dit bedrag voor de “registration renewal” bestaat weer uit een belasting en administratieve kosten voor de komende 12 maanden. De hoogte van deze “renewal fee” hangt af van de leeftijd en het type van de auto, en de county waarin de auto staat geregistreerd.

IMG_2604_cr (Custom)

Eén keer in de twee jaar moet je auto ook een “emissions test” ondergaan, waarbij de uitstoot van je auto wordt gemeten en gekeurd. Deze test is verplicht in bepaalde counties (waaronder Denver county waar wij in wonen), en kost $25. Gelukkig hoeven we dit jaar geen “emissions test” te laten uitvoeren

Het vernieuwen van je registratie kun je in Colorado tegenwoordig ook online doen, alleen zullen we dit keer toch bij de DMV langs moeten gaan, omdat we ook de adreswijziging door moeten geven. Ook dat kun je online doen, maar dat moet dan minimaal één maand gebeuren voordat je je registration online kunt vernieuwen.

Naast de Sales Tax bij de aanschaf, en de belasting die bij de benzineprijs zit inbegrepen (momenteel 40,4 cent per gallon in Colorado), zit de enige belasting die je op auto’s betaalt dus verstopt in de initiële registratie van je auto bij de DMV, en daarna elk jaar bij het vernieuwen van de registratie.

Je betaalt dus wel belasting, maar het is niet zo heel erg veel… gelukkig!

Obama

Precies een jaar na de inauguratie van de eerste zwarte president van de Verenigde Staten is de populariteit van Barack Obama flink gedaald.

Door velen wordt dit gezien als een teken dat Obama het niet aan kan, dat hij niet zo goed is als iedereen had gedacht, enz. enz. Waar echter aan voorbij wordt gegaan is dat bij heel veel presidenten de populariteit na het eerste jaar laag was.

Bij verschillende presidenten is binnen dat eerste jaar de “approval rating” onder de 50% gedoken – dat wil zeggen dat minder dan de helft van de bevolking vindt dat de president goed zijn werk doet.

Bij Jimmy Carter gebeurde dat na 13 maanden, bij Harry S. Truman gebeurde dat na 11 maanden, bij Reagan na 10 maanden, en bij Gerald Ford al na 3 maanden. En zelfs bij Bill Clinton, die over het algemeen in het Westen toch als een goede president wordt gezien, en ook door veel Amerikanen zo wordt beschouwd, daalde de “approval rating” al na 4 maanden tot onder de 50%.

approvalratings (Custom)

Bij Obama schommelt de “approval rating” na zijn 11e maand tussen de 47% en 51%.

Heel veel Amerikanen hebben Obama al min of meer afgeschreven, en de vraag is of dat terecht is of niet – en daar valt natuurlijk flink over te discussieren.

Net zoals de meeste andere presidenten houdt Obama zich niet 100% aan zijn politieke beloften. Het lijkt er echter op dat het hem zwaarder wordt aangerekend dan bij andere presidenten het geval was. Dat hij niet goed presteert heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat hij de eerste zwarte president is en voornamelijk daardoor is gekozen, dat hij te weinig bestuurlijke ervaring had, en misschien ook omdat hij te jong en te ambitieus was – aldus vele opinies.

Heeft Obama beloftes geschonden? Ja, en wel 14 stuks tot nu toe, aldus http://www.politifact.com/truth-o-meter/promises/.

14 van de 500 – tot nu toe, oftewel een kleine 3%. Daartegenover heeft hij 91 beloftes tot nu toe al waar gemaakt, oftewel een goede 18%, en bij 33 beloftes (6,6%) een compromis bereikt.

De dingen waar Obama echter op wordt en zal worden afgerekend, zijn de dingen die – begrijpelijk – het breedst worden uitgemeten in de pers, en die de meeste zichtbare en voelbare impact op het land zullen hebben: de hervorming van het zorgsysteem, en de oorlogen in Afghanistan en Irak.

Er wordt hard gewerkt aan de zorgstelselhervorming, en er lijkt ook wel hervorming aan te komen, maar de vraag is of het ook een gewenste hervorming is. Dat wil zeggen: gaat iedereen er net zoveel op vooruit als oorspronkelijk was aangekondigd, of worden er ook hier vele compromissen gesloten, waardoor het netto resultaat van de hervorming eigenlijk nog tegenvalt.

Veel berichten lijken erop te duiden dat, in tegenstelling tot wat was gewenst, het voor verzekeringsmaatschappijen juist voordeliger – en voor de consument nog veel onvoordeliger – wordt onder het nieuwe zorgstelsel. Als dat straks zo blijkt te zijn, dan heeft Obama inderdaad zijn belofte gehouden door het stelsel te hervormen, maar tegelijkertijd ook deze verbroken omdat hij het er niet beter op heeft gemaakt.

De moeilijkheid bij het beoordelen zit in de berichtgeving: het is lastig om onafhankelijke berichten te krijgen over wat er nu precies gaande is. Al is de krant of de nieuwszender nog zo weinig Republikeins of Democratisch, er zal altijd worden bericht ten nadele van de tegenpartij.

Republikeinen lijken zonder meer van plan het hervormingsvoorstel af te schieten, en Democraten lijken even hard van plan om hun voorstel erdoor te drukken. De Democraten lijken niet eens over samenwerking met Republikeinen na te willen denken, waardoor de Republikeinen op hun beurt telkens weer negatiever tegenover het plan lijken te staan.

We wachten maar eens even af. Er zijn momenteel te veel tegenstrijdige berichten over de uiteindelijke inhoud en slagingskansen van het hervormde stelsel, afkomstig van te veel bronnen, om echt onafhankelijk een mening te kunnen vormen. Daarin schuilt natuurlijk een gevaar, maar we kijken het maar eens even aan. Tot nu toe ben ik nog geneigd om hem het voordeel van de twijfel te geven. De kans is echter groot dat de veranderingen zodanig miniem zullen zijn, dat de eerste de beste Republikein deze met gemak weer kan omgooien.

Wat de oorlogen in Irak en Afghanistan betreft lijkt Obama tot nu toe redelijk goed aan zijn beloften te voldoen. Of hij daarmee ook het juiste doet volgens het Amerikaanse volk is een tweede. Dit onderwerp ligt zo ontzettend gevoelig, en is ook nog eens niet zwart-wit verdeeld tussen Democraten en Republikeinen: je bent voor of tegen, en daarbij maakt het niet uit welke politieke richting je volgt.

En dat maakt het ook moeilijk. Doe je het goed als je je beloftes nakomt, maar daarbij de helft van de VS niet blij maakt? Of doe je het beter als je je beloftes niet nakomt, maar daarbij wel de andere helft van de VS blij maakt…?

En wat hervormingen betreft: misschien is het tijd om eens naar het instituut van de Senaat te kijken. Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat er Senatoren zijn die op 100-jarige leeftijd nog in de Senaat zitten, zoals tot 2002 Senator Strom Thurmond. En dat er Senatoren zijn die bijna of meer dan 50 jaar lang in de Senaat zitten, zoals de pas overleden Ted Kennedy (46 jaar), of Daniel Inouye van Hawaii (bijna 47 jaar) of de eerder genoemde Thurmond (48 jaar), of Robert Byrd (51 jaar en nog steeds in de Senaat). Hoe groot is de kans dat deze mensen echt met hun tijd meegaan? En hoe groot is de kans dat het er bij herverkiezingen echt eerlijk aan toe gaat, in plaats van dat men angst heeft om tegen de langzittende Senatoren te stemmen om zo hun eigen politieke carriere niet in gevaar te brengen… Misschien is het tijd om ook in de Senaat een maximale termijn in te voeren.

Ach, politiek… het is en blijft iets persoonlijks, en het is en blijft moeilijk.

Persoonlijk heb ik soms ook wel mijn twijfels bij de hervorming van het zorgstelsel, maar aan de andere kant: er moet iets gebeuren. Bedenk daarbij dat de regering Obama nog 3 jaar heeft, en wellicht opent dat bepaalde deuren nog verder als er eenmaal een voet tussen is gezet.

Ik blijf Obama een man met charisma en een menselijke kant vinden; als hij nu ook nog het karakter kan blijven tonen dat hij tijdens de verkiezing heeft getoond, dan geef ik hem zoals gezegd vooralsnog het voordeel van de twijfel – het is nog te vroeg om te oordelen.
Hoe dan ook, we hebben pas een kwart van zijn ambtstermijn gehad, en wie weet wat er in de driekwart die we nog te gaan hebben nog allemaal gaat gebeuren. Zeker nu de Democraten de absolute meerderheid in de Senaat hebben verloren met de verkiezing van een Republikeinse opvolger van Ted Kennedy…

Architectuur

Meerdere malen is al de opmerking gemaakt dat ons huis een beetje op een kerkje of een kapelletje lijkt. Ik wilde al een tijdje wat opzoeken over de bouwstijlen in onze buurt, Mayfair, en door de vraag van mijn moeder na mijn vorige blog was waarom er veel huizen op kerkjes lijken was er “no time like the present”.

Na de eerste wereldoorlog was de “Craftsman Bungalow” of ook wel “Plains House”, een van de meest populaire bouwstijlen in Denver. De “Craftsman” stijl was eind 19e, begin 20e eeuw tot in de jaren ‘30 populair in de architectuur en interieurdesign. Bungalows in deze “Craftsman” stijl werden gekenmerkt door daken die redelijk vlak waren, met ver overhangende dakranden, eenvoudige lijnen, weinig decoratieve elementen, en vaak ook een “front porch” onder het verlengde van het dak. Aan de binnenzijde hadden deze “Craftsman Bungalows” vaak een ruim en open ontwerp. Het huis van Anna’s broer, die 10 huizen verderop woont, is zo’n “Craftsman Bungalow”, soms ook wel “Denver Bungalow” genoemd.

Als een reactie op deze veelgebruikte stijl en zijn voorganger, de Denver Square (zo genoemd omdat het huis vier vierkante kamers op zowel begande grond als de eerste verdieping had en er zo veel van waren in Denver), kwam in de tweede helft van de jaren ‘20 een nieuwe stijl in opmars: de Tudor Revival Style, ook wel “Mock Tudor” genoemd. Deze stijl heeft hele andere kenmerken dan de “Craftsman” stijl.

De “Tudor Revival” wilde de meer rustieke en simpele stijlelementen van de oorspronkelijk Tudor-stijl gebruiken in de ontwerpen. De hoge smalle ramen en deuren, de steile daken, de decoratieve schoorstenen, en soms ook het vakwerk in de gevel, alsmede een ontwerp dat nadruk legde op de entree/voordeur zijn voorbeelden van elementen die zijn overgenomen in de Tudor Revival.

Zeer veel van de huizen die in Denver zijn gebouwd tussen 1928 en 1941 werden (in verschillende groottes) in de Tudor stijl gebouwd, en alle bovengenoemde elementen zijn er in verschillende combinaties terug te vinden. De huizen in Tudor-stijl in Denver bevatten ook vaak gedetailleerd metsel- en/of houtwerk, en – oorspronkelijk – ook veel Art Deco verlichting en hang- en sluitwerk. Daarnaast stonden de Denver Tudors in die periode ook bekend vanwege de keuze van ongebruikelijke kleuren in de badkamers.

De Denver-Tudors waren gebouwd als degelijke, stijlvolle en comfortabele woningen, waarbij elk huis zijn eigen karakter kreeg vanwege voor elk huis unieke elementen.

In onze wijk, Mayfair, zijn voornamelijk drie stijlen terug te vinden: de ranch, de bungalow, en de Tudor Revival. Bij ons in de straat zijn voornamelijk bungalows en Tudors te vinden, maar er zijn hele straten waar je voornamelijk de Tudors terugvindt.

tudors

Op bovenstaande foto (niet bij ons in de straat genomen) is het meest rechtse huis een Bungalow, de andere huizen zijn allemaal Tudors. Je ziet dat de Tudors allemaal op elkaar lijken, maar toch net allemaal weer even anders zijn.

Ons huis is in 1930 ook in de Tudor Revival stijl gebouwd, en bevat voorbeelden van de in deze stijl veelgebruikte elementen, zoals bijvoorbeeld de steile daklijnen:

3 (Custom)

Het huis bevat ook de smalle, hoge ramen, zoals te zien op deze – tijdens Sinterklaas genomen – foto:

narrowwindows

Tot slot zijn ook de decoratieve schoorstenen en het decoratieve metselwerk bij ons huis terug te vinden:

IMG_1626 (Custom)

masonry

Het leuke van de Tudors is dat ze van buiten klein en schattig uit zien, maar in werkelijkheid van binnen veel groter zijn dan ze lijken. Dit wordt ook veroorzaakt doordat de meeste huizen hier onderkelderd zijn, waarbij deze kelder deel uit kan maken van de woonruimte als deze “finished” is. Daar waar een gemiddeld Nederlands huis een oppervlak heeft van 120 vierkante meter, is ons huis met bijna 170 vierkante meter (inclusief “finished basement”) welhaast zo’n 40% groter – en dat zou je niet zeggen aan de hand van de foto’s, noch als je er buiten voor staat.

Om terug te komen op de vraag “waarom lijken jullie huizen op kerkjes?”: dat heeft dus te maken met de steile daklijn die in de Tudor bouwstijl gebruikt wordt, en waarmee bij veel huizen in deze stijl de nadruk op de entree wordt gelegd als zijnde een belangrijk deel van het ontwerp. Door dit ontwerp doet het deel met de voordeur dan ook een beetje aan de ingang van een kerkje of kapelletje denken.