Werken in de VS

En weer lig ik achter op schema met mijn blog.

De schuld ligt echt bij de Xbox 360, en nu sinds een paar dagen ook bij de Wii Fit… verslavend zijn die krengen!

Hoe dan ook, er was weer een lezersvraag ingediend:

“Merk je veel verschil qua werkwijze tov Nederland? Ik hoor wel vaker dat er in het algemeen in de USA veel meer en harder gewerkt dient te worden dan in NL om je baan te garanderen, en ook vaak voor minder salaris of secundaire voorwaarden?”

Goede vraag, moeilijk te beantwoorden. Zoals bij zoveel zaken kun je ook hier niet generaliseren.

Laat ik achteraan beginnen: minder salaris en minder secundaire voorwaarden.

In tegenstelling tot in Nederland bepaalt waar je werkt hier zeer sterk mede de hoogte van je salaris. Als je ergens achteraf in West Virginia woont, of in het noorden van Pennsylvania in de kleinere stadjes en dorpjes, en $55.000 per jaar verdient, dan heb je daar een bijzonder riant salaris. In Bradford, PA kun je bijvoorbeeld voor rond de $60.000 al een groot, mooi huis kopen. Verdien je diezelfde $55.000 in Washington, DC, dan is je salaris verre van goed.

Kosten van levensonderhoud in een bepaalde regio hebben dus grote invloed op de hoogte van een salaris. Hierdoor kan het dus moeilijk zijn om te bepalen of een inkomen goed is of niet, als je de regio niet kent.

Wat de secundaire voorwaarden betreft: dit verschilt bijzonder sterk per werkgever.

Als je bijvoorbeeld naar vakantiedagen kijkt, dan is er in de VS geen wettelijke verplichting voor een werkgever om een minimumaantal vakantiedagen te geven. Veel werkgevers bieden wel vakantiedagen aan om het voor werknemers aantrekkelijk te maken, maar officieel hoeven ze dit niet te doen. Of je dus vakantiedagen krijgt, hangt dus volledig af van de werkgever.

In de meeste gevallen dien je de vakantiedagen ook op te bouwen. Je krijgt niet aan het begin meteen je 13 vakantiedagen, maar je bouwt die uren op bij elke ‘pay period’. Pas aan het eind van het jaar heb je dus – als je tussendoor geen uren opneemt – echt 13 dagen voor je vakantie. Wil je in de tussentijd een weekje ertussenuit, dan zul je als je te weinig vakantieuren hebt onbetaald verlof moeten opnemen. Toen wij afgelopen oktober twee weken naar Nederland zijn geweest, heb ik 8 dagen onbetaald verlof gehad, omdat ik nog niet voldoende vakantieuren had opgebouw (ik werkte er toen net 2 maanden).

Bij Walmart kreeg je het eerste half jaar in het geheel geen vakantieuren, en in het tweede half jaar kreeg je 6 dagen – die je dan wel weer eerst per ‘pay period’ moest opbouwen.

Zoals je ziet kan het dus best lastig zijn, vakantie nemen in Amerika.

Andere voorwaarden, zoals ziektekostenverzekering, zijn eveneens zeer sterk werkgever-afhankelijk. Bij Walmart kon ik pas na 90 dagen in aanmerking komen voor een zeer beperkte ziektekostenverzekering. Bij Road Bear werd dit niet eens aangeboden, omdat het bedrijf daar te klein voor is, en de kosten te hoog zouden zijn. Bij ACS kwam ik vanaf de eerste volledige werkmaand in aanmerking voor “medical, dental & vision”, plus “life insurance”, 401K (pensioenopbouw), en nog een aantal extra verzekeringen. Per bedrijf is het dus verschillend óf je ziektekostenverzekering kunt krijgen via het werk, hoe veelomvattend de dekking dan is, en hoeveel je uiteindelijk als werknemer nog moet betalen als je gebruik maakt van een arts of medicijnen.

Om je een voorbeeld te geven: Anna is laatst naar een arts geweest om pijnstillers te krijgen voor haar fibromyalgie. Ze heeft bijzonder weinig last ervan, maar soms heeft ze gewoon “flare-ups” die te pijnlijk zijn om met Aleve te bestrijden.

Als je naar een arts gaat, betaal je een deel zelf – dit is de “co-pay”; de verzekering betaalt een deel, en jij betaalt mee. De uiteindelijke rekening voor het doktersbezoek was als volgt:

  • Het in rekening gebrachte bedrag voor het bezoek aan de arts van zo’n 15 minuten: $136.00
  • Korting omdat je naar een arts binnen het zorgnetwerk van de verzekeraar bent gegaan: $21.09
  • Betaald door de ziektekostenverzekering: $89.91
  • Zelf betalen (de “co-pay”): $25

81% van de totale rekening ($111.00) wordt dus via je verzekering betaald. Maar goed, ondanks dat je dus per maand al $247.00 aan ziektekostenverzekering betaalt, moet je alsnog $25 betalen voor een artsenbezoek (of $45 als je naar een specialist gaat, en $135 als je naar de eerste hulp gaat). En dan te bedenken dat mijn werkgever (naar eigen zeggen) 75% van de totale kosten van de ziektekostenverzekering al op zich neemt…
De medicijnen kostten uiteindelijk slechts $7.98, dus daar mag je dan weer niet over klagen.

Ja, het is dus duur om je te verzekeren, maar aan de andere kant – als je die 75% door de baas betaalde kosten niet had, was het nog eens veel duurder… We zijn in ieder geval eens benieuwd hoe de dingen gaan veranderen nu ACS onderdeel van Xerox is, omdat Xerox ontzettend goede “benefits” schijnt te hebben (inclusief zorgverzekeringen).

Dan het tweede deel van de vraag, over het harder moeten werken. Dit vind ik een moeilijke vraag om te beantwoorden. Ik denk dat dit per bedrijf wel anders zal zijn, en ook per soort werk wat je doet. Er zijn bij ons op het werk mensen die veel meer dan 40 uur werken, omdat ze anders hun werk gewoon niet afkrijgen omdat het zo veel is. Er zijn echter ook mensen die meer dan 40 uur op het werk aanwezig zijn, en die die extra uren nodig hebben om hun normale hoeveelheid werk af te krijgen. Dit zijn de mensen die veel flauwekullen, veel met anderen staan te praten, langere lunches nemen, enz. enz.

Wat ik persoonlijk heb gemerkt, is dat ik niet zo heel erg hard hoef te werken om mijn werk (voortijdig) af te krijgen, en dan nog vaak te horen krijg dat ik zo snel ben. Naast mijn gewone werk krijg ik nu ook allerlei extra taken, en nóg krijg ik alles op tijd af. Ik kan vrijwel elke dag op tijd naar huis, zonder stress, en met alles afgerond wat afgerond moest worden.

En waar ligt dat nu aan? Ben ik gewoon zo goed? Nee, echt niet. Werk ik extra hard? Neuh, dat kan ik ook niet echt zeggen. Tussen alle dingen die gedaan moeten worden door kijk ik zeer regelmatig even op het internet (CNN.com, NU.nl, het AllesAmerika-forum), en er is ook genoeg tijd om even met collega’s te flauwekullen. Voor mijn gevoel werk ik dus in een normaal tempo, maar krijg ik alles gewoon lekker op tijd af. Krijg ik dan zo weinig werk toegewezen? Nee, ook dat is niet het geval. Mijn lijst met implementatie-projecten is lekker lang, ik heb drie niet-implementatieprojecten ernaast, plus alle opzeggingen komen langs mij – ik heb genoeg te doen dus.

Ik zou het dus niet echt weten waar het aan ligt. Misschien dat wij Nederlanders er een iets andere houding op na houden ten opzichte van sommige Amerikanen als het op werken aan komt. Misschien zijn wij Nederlanders productiever in de tijd dat we werken. Als ik soms collega’s hoor spreken over hoe ze hopen vandaag of anders morgen een bepaald document af te kunnen krijgen, dan denk ik bij mezelf “dat is maar twee uurtjes werk!”, maar de reactie naar die collega toe is dan “Okay, that’s great!”.

Men zegt bijvoorbeeld ook over Japanners dat ze enorm lange uren draaien, soms wel 60 uur per week. Nederlanders die ik ken die er geweest zijn (en gewerkt hebben) zeggen echter dat de hoeveelheid werk die Japanners in 60 uur afkrijgen, wij in Nederland in 38 of 40 uur doen. En zo zegt men ook van de Amerikanen dat ze veel en lang werken. Maar krijgen ze ook meer werk af in die tijd?

Misschien heeft het gebrek aan vrije tijd en vaak de mogelijkheid om langer dan een week achter elkaar verlof op te nemen er wel mee te maken. Misschien werken Amerikanen langer maar minder hard om een burn-out te voorkomen vanwege die mindere vrije tijd. Misschien werken sommige Amerikanen ook minder hard omdat er nu eenmaal heel veel banen zijn waar je per uur betaald krijgt: als het tempo daar lager ligt heb je meer uren nodig, wat weer meer salaris betekent (al zul je daar wel een goede balans moeten zoeken zodat je niet te veel uren nodig hebt, en dan daar dan door ontslagen wordt).

Kortom: ik weet het niet. Zoals gezegd vind ik het moeilijk te beoordelen. Uit mijn eigen ervaringen kan ik alleen maar zeggen dat als ik mijn werktempo vergelijk met mijn collega’s dan hoef ik niet zo hard te werken om hen bij te kunnen houden.

Maar zoals bij de meeste zaken in de VS is ook dit heel moeilijk te vergelijken met Nederland. Er zijn heel veel factoren rondom “werk” die hier een rol spelen, die je in Nederland niet hebt.

En ach, zolang ze me niet overwerken, vind ik het wel goed zo… ;-)

ACS – A Xerox Company

Over vier dagen is het zover: ik werk dan alweer een half jaar bij ACS, het grootste bedrijf in Amerika waar je nog nooit van gehoord hebt. Maar dat gaat veranderen: ACS is overgenomen door Xerox. acsxerorxHierdoor werk ik eindelijk voor een bedrijf met een bekende naam! Door de overname van ACS (voor 6,5 miljard dollar) is Xerox nu uitgegroeid tot een “22.5 billion dollar industry leader”, waar 130.000 man werkzaam zijn.

Voor ons kleine kantoortje zal er niet zo heel veel veranderen, behalve dan dat we nu misschien eens fatsoenlijke printers krijgen!

Ik zeg “er zal niet zo heel veel veranderen”, omdat de meeste veranderingen al hebben plaatsgevonden: zoals ik al eerder schreef zijn er sinds ik in augustus bij ACS ben begonnen 8 mensen hun baan kwijtgeraakt, vanwege bezuinigingen. Dit betekende dat er een interne herstructurering plaats moest vinden om een deel van dit werk “off-shore” te brengen, en het andere deel moest intern worden opgevangen.

Afgelopen donderdag bleek dat dit laatste zo effectief werd gedaan, dat men nog iemand permanent naar huis kon sturen. Door die herstructurering was deze persoon niet meer full time met dat werk bezig, dat men zijn taken wel ergens anders onder kon brengen, en zijn functie kon elimineren. En daar stond James dan ineens op straat: 7,5 jaar er gewerkt, de enige kostwinner in het gezin, net een nieuw huis gekocht, en drie kinderen waarvan er een dit jaar gaat studeren. Het zal je maar gebeuren…

Het beetje “survivor’s guilt” dat ik na de laatste ontslagronde had, is er niet meer. Natuurlijk, het is en blijft ontzettend lullig voor James, maar ik ben inmiddels haast zover om te zeggen “liever hij dan ik”. Het blijkt dat je op dat vlak toch redelijk snel went aan de hardheid van het Amerikaanse systeem.

Het goede nieuws – als je daar in deze situatie over kunt spreken – is dat de werkzaamheden van James in ons team worden ondergebracht. Het “goede” zit hem in het feit dat wij, naast onze bestaande werkzaamheden, er nu nog meer werk en verantwoordelijkheden bij krijgen. Als het goed is betekent dit dat we ons – voorlopig in ieder geval – geen zorgen hoeven te maken over onze “job security”.

Hoe dan ook, medelijden met James moet je wel hebben… (Ook al denkt iedereen dat hij snel wel weer een nieuwe baan zal hebben).

Een laatste gevolg van de bezuinigingen die men heeft doorgevoerd, is de “on-shoring” van een van onze kantoren, in Maumelle, Arkansas. De mensen die daar werken kunnen veelal hun werk van huis uit doen, of het is werk dat door een bestaande andere afdeling kan worden overgenomen. Het is de bedoeling dat dit kantoor per 15 maart wordt gesloten, en hiervoor is nu een project gestart.

Tot mijn verbazing werd mij gisteren gevraagd of ik dit project wilde leiden. Ze hadden een redelijk onafhankelijk iemand nodig, die projectmanagement ervaring had, en men dacht dat ik wel een geschikte kandidaat zou zijn. Erg leuk, natuurlijk, dat men zoveel vertrouwen in mij stelt – en het is voor mij een kans om mezelf te bewijzen.

Doordat ik nu al bijna zes maanden bij ACS – A XeroX Company – werk, heb ik een nieuw persoonlijk record gevestigd: het is de langste tijd dat ik tot nu toe in de VS voor één en dezelfde werkgever heb gewerkt!

Bij Walmart heb ik 5 maanden en 18 dagen gewerkt (in twee verschillende functies), en bij Road Bear 3 maanden en 11 dagen – en nu bij ACS woensdag a.s. dus precies 6 maanden.

En hopelijk komen daar nog heel wat maandjes bij…

Slaapgebrek

Nadat ik recentelijk nogal wat blogs heb geplaatst – waarbij ik zelfs op een bepaald moment een voorraadje had opgebouwd, is het nu weer even stil geweest.

De reden daarvoor: de aanschaf van een Wii en een Xbox 360.

En die dingen zijn vreselijk.

Vreselijk leuk, vreselijk verslavend, en vreselijk slecht voor je nachtrust omdat deze voor je er erg in hebt veel korter wordt dan je graag zou willen.

We zijn een week of drie geleden begonnen met een Wii.

Na heel lang te hebben getwijfeld of we het wel of niet zouden doen, gaf een middagje Wii-en (is dat een woord?) bij Anna’s broer de doorslag: het is toch wel erg leuk en apart om te doen! Ook de Wii Fit was een bijdragende factor in het beslissingsproces.

De knoop werd doorgehakt, en zo hadden wij ineens een Wii. We hebben nog geen Wii Fit, mede omdat het Balance Board bijna overal uitverkocht is omdat Nintendo niet aan de vraag kan voldoen. Je hebt zo’n Balance Board dan niet per se nodig, maar als we het doen, dan willen we het ook goed doen – en dus wachten we nog even.

Wii Sports Resort is absoluut verslavend. Tennis, golf, wakeboarding, boogschieten, noem het maar op of je kunt het nu in je woonkamer spelen. Zorg echter wel ervoor dat je het polsbandje goed strak vastmaakt, want als je in een overenthousiaste bui per ongeluk je Wii controller los laat, dan kan dat nare gevolgen hebben. Ook zonder dat je de controller door de kamer laat vliegen moet je uitkijken: bloemenvazen, lampen en huisgenoten (mens en/of dier) zijn niet veilig als de Wii-speler te dicht in de buurt komt – kijk maar eens hier: Wii have a problem

Ook autoracen is erg leuk op de Wii, zeker als je zo’n klein stuurtje erbij koopt waar je de controller in kunt klikken – en het is even verslavend als de eerder genoemde sporten.

Een Wii kan wel spierpijn opleveren, en zorgen voor verrekte spieren: als je iets te enthousiast uithaalt om die tennisbal of honkbal een nog hardere mep te verkopen zonder dat je weerstand krijgt, of uren achter elkaar staat te tennissen of zit te wakeboarden, dan voel je dat de volgende dag wel.

Ach ja, het maakt de ervaring meer levensecht, zullen we maar zeggen.

De Wii heeft echter één groot nadeel voor Anna: met haar fibromyalgie is het moeilijk om langere tijd achter elkaar te Wii-en (ik vind het gewoon een leuk “woord”). Het vasthouden van de controllers gaat na een tijdje behoorlijk pijn doen in haar handen, wat helaas betekent dat ze niet elk spel langere tijd kan spelen.

Bij de Xbox die we in Nederland hadden, had zij dit probleem niet omdat je de controller bij de Xbox in je schoot kunt laten rusten – iets wat bij de meeste Wii spellen niet gaat omdat daar de beweging van de controller juist de essentie van de Wii is.

Eerder deze week belde Anna me op het werk op: Toys-R-Us had een Xbox 360 in de aanbieding, en wel de Elite versie, waarbij je een wireless controller krijgt. In eerste instantie wilde ik er niets van weten, omdat we nu eenmaal net de Wii hadden gekocht.

Op het verlanglijstje stond ook nog een Blu-Ray speler van Sony die bij onze surround sound set past, en waarmee je wireless films van bijvoorbeeld Netflix kunt streamen. We hadden zo’n speler zien staan voor $179, en aangezien we in de toekomst een Netflix abonnement af wilden sluiten omdat we beide filmfans zijn, zouden we deze gaan aanschaffen.
Wat bleek echter: de Blu-Ray speler die wij hadden zien staan was het verouderde model en inmiddels uitverkocht, en het nieuwe model was een stuk duurder.

De nieuwe prijs van de speler kwam nu ineens verdacht veel in de buurt van de aanbiedingsprijs van de Xbox 360 na de 10% personeelskorting die Anna krijgt. Plus: met een wireless adapter erop kun je op de 360 de Netflix films óók wireless streamen. En we hebben al een regiovrije DVD-speler met de mogelijkheid voor HD upconverting, dus het beeld wordt al beter op een HDTV.

En zo werd daarom besloten om niet langer voor de Blu-Ray speler gaan, maar voor de Xbox 360.
We hebben ook maar meteen van de aanbieding geprofiteerd om vier spellen voor de prijs van drie te krijgen, waarbij je bij twee spellen ook nog eens tegoedbonnen kreeg ter waarde van in totaal $50 – waarvan we een tweede wireless controller voor de Xbox hebben gekocht, plus een Zapper voor de Wii (het “geweer” waar je de controller en de nunchuk in klikt).

En zo werd de verslaving de afgelopen week steeds erger, en werden mijn nachten de afgelopen week steeds korter…

Denver

Ilana stelde de vraag hoe het is om in Denver te wonen, of liever een hele serie vragen over Denver:

hoe is het om te wonen in Denver, in bijvoorbeeld een buitenwijk/voorstad? Hoe is het daar gesteld met de voorzieningen? Is er meer dan alleen maar de o,zo Amerikaanse shoppingmalls met restaurants er aan vast? Zijn er leuke buurten buiten downtown waar je als cultuur-liefhebber je hart op kan halen? Waar je lekker op straat kan lopen en window-shoppen?
Zijn er gezellige terrasjes op straat? En bijzondere winkels?

Ik heb wel gemerkt dat inwoners van Denver best vrijdenkend zijn. Maar zie je dat ook terug in de wijken en op straat?

Waar gaan jullie naartoe in het weekend? Stel dat je in Nederland een dagje naar Amsterdam of Antwerpen zou zijn gegaan…..wat is vergelijkbaar in Denver?

Laten we beginnen met de definitie van “Denver”.

Je hebt eigenlijk “verschillende” Denvers: je hebt Denver als in “the City and County of Denver”, in het plaatje hieronder weergegeven in blauw:

denvercounty (Custom)

Zoals je ziet heeft Denver County een rare vorm. Dit heeft te maken met het vliegveld van Denver. Tot 1995 was Stapleton International Airport het vliegveld van Denver, maar het werd te klein, en veroorzaakte teveel overlast. Er werd daarom besloten tot het aanleggen van een nieuw vliegveld, en dan ook maar meteen het grootste internationale vliegveld van de VS (qua oppervlak): Denver International Airport (DIA). Uiteraard diende dit vliegveld onderdeel te zijn/worden van “the City and County of Denver”, wat verklaart waarom Denver County nu zo’n rare vorm heeft.

In de “City and County of Denver” wonen ongeveer 600.000 mensen, en waarmee Denver op de 24e plaats terechtkomt van Amerikaanse steden met de grootste bevolking. Naast de “City and County of Denver” heb je ook de “10-county Denver-Aurora-Broomfield, CO Metropolitan Statistical Area” (soms ook wel de “Greater Denver Metro Area” genoemd), en dan heeft Denver ineens 2,5 miljoen inwoners.

Aurora, wat ooit begon als een voorstadje van Denver, heeft inmiddels een bevolking van rond de 325.000 inwoners, en kan daarmee moeilijk nog als een buitenwijk worden aangeduid. In plaats daarvan heeft Aurora zich tot een eigen, redelijk grote stad ontwikkeld. En het beperkt zich niet alleen tot Aurora, ook andere stadjes zoals Broomfield, ooit een klein stadje tussen Denver en Boulder, worden langzaamaan meer en meer onderdeel van het grote Denver. Hetzelfde geldt ook voor Lakewood, Englewood, Louisville, Arvada, enz. enz.

Verder in dit stukje zal ik met Denver “the City and County of Denver” bedoelen.

Denver heeft 79 officiële buurten. Een kaartje met buurten vind je hier. Voor een overzicht met een korte beschrijving van de diverse buurten kun je hierterecht; een andere leuke site is deze.

Heel veel van deze buurten hebben hun eigen kleine centrumpje; bij de een is dat wat meer ontwikkeld dan bij de ander, of er is een centrumpje voor een aantal (kleinere) buurten samen. Deze kleine centra bestaan voornamelijk uit winkels, variërend van grote ketens zoals Walmart en Target, tot iets kleinere ketens zoals Safeway en King Soopers, tot aan de kleine kruidenier op de hoek. Uiteraard horen bij zulke centrumpjes ook restaurants, en ook deze varïeren van de grote ketens als McDonald’s, Burger King, en Wendy’s, tot leuke kleine (buurt)restaurants, zoals bijvoorbeeld Krameria Cafe vlakbij ons, en – mijn absoluut favoriete restaurant in Denver: Tables.

In meerdere of mindere mate vind je deze centra overal. Hoe verder je echter van de grotere steden weg woont, des te verder je zult moeten rijden voor de grotere ketens. Neem bijvoorbeeld het kleine plaatsje Erie (6500 inwoners) waar we voor een huis hebben gekeken: daar was niet veel te vinden aan winkels. Wilde je van dat huis naar een supermarkt dan moest je al snel een 4,5 mijl oftewel een goede 7 kilometer rijden voor de dichtstbijzijnde. Weliswaar is Erie een klein plaatsje ruwweg tussen Denver en Boulder en niet een buitenwijk van Denver, maar het geeft je een beetje een idee.

Downtown Denver vind ik persoonlijk heel weinig aan, en we komen er eigenlijk vrijwel nooit. Alleen met Kerst zijn we naar de Parade of Lights geweest, en we zijn in de zomer naar een festival (A Taste of Colorado) geweest. Goed, je hebt er LoDo, wat wel leuk is om eens doorheen te lopen, en je hebt er de 16th Street Mall, maar deze laatste vind ik helemaal niks: ik vind het ongezellig, veel van de winkelpanden liggen leeg, en de winkels die er nog zijn stellen weinig voor.

Wil je leuk shoppen, en window shoppen, dan kun je het beste naar Cherry Creek North gaan (rond 1st en 2nd). Goed, Cherry Creek is niet goedkoop, maar het heeft wel verschillende straten met winkels (zo’n 320), en natuurlijk het Cherry Creek Shopping Center (met nog eens 160 winkels). Even buiten Denver is het heel leuk winkelen in Flatiron Crossing. Toegegeven, het is (net als Cherry Creek Shopping Center) een overdekte mall, maar wel een gezellige, met leuke winkels. En zo zijn er nog wel een paar (onoverdekte) winkelcentra langs de 36 tussen Denver en Boulder.

En over Boulder gesproken: echt leuk is de Pearl Street Mall. Als je op zoek bent naar terrasjes zul je deze in Denver weinig tegenkomen, of het moet al bij een enkel verdwaald barretje of restaurantje ergens zijn. Aan de – autovrije – Pearl Street Mall vind je echter heel wat terrasjes waar het gezellig zitten is tussen de historische gebouwen, wat eten en/of drinken bij de bars en restaurants, en mensen kijken. Dit lijkt eigenlijk nog het meest op de oudere stadscentra met terrasjes zoals we die in Nederland kennen – en het is maar een dik half uurtje rijden van Denver.

Wat betreft de vrijdenkende mensen: ook hier hangt het een beetje af van waar je gaat. In het algemeen zijn de mensen in Colorado in het algemeen vrij nuchter en gericht op “leven en laten leven”. Het is hier ook allemaal heel erg informeel: het valt gewoon op als iemand een stropdas om heeft – zelfs in de sjiekere restaurants is een jasje vaak al voldoende – het dasje kun je thuislaten.

Om cultuur te snuiven kun je in downtown Denver naar verschillende musea gaan, zoals het Denver Museum of Contemporary Art, het Denver Art Museum, het Colorado History Museum, en even buiten downtown heb je bijvoorbeeld het Denver Museum of Nature and Science, vlakbij de dierentuin, of Wings over the Rockies, en zo zijn er nog wel een aantal musea in Denver en omgeving. Een (deel van een) buurt die bekend staat om zijn kunst- en cultuurgehalte, is het Tennyson Street Cultural District: een buurt met kunstgalerieën restaurantjes, boekwinkeltjes, en elke eerste vrijdag van de maand een Artwalk.

De vraag wat we in het weekend doen, en waar we een weekendje naar toe zouden gaan is een leuke: we hebben heel veel plannen, maar om die ten uitvoer te brengen is vaak wat lastiger: Anna moet vaak óf een zaterdag, óf een zondag werken, óf het hele weekend, waardoor we weinig gelegenheden hebben om veel te doen in het weekend. Ze is nu flink aan het zoeken naar banen dichter bij Denver dan Fort Collins, dus hopelijk komt daar in de nabije toekomst wel verandering in: “so much to do, so little time to do it in”…

Plaatsen waar je naar toe kunt gaan op een redelijke rijafstand zijn bijvoorbeeld Breckenridge: nog geen anderhalf uur rijden, en je kunt er makkelijk een dag doorbrengen. Of je gaat naar Fort Collins; ik vind zelf Fort Collins een heerlijke stad. Het heeft een oud centrum (ook met terrasjes!), leuke winkeltjes en restaurantjes, en natuurlijk de New Belgium Brewery – ook altijd leuk om even binnen te wippen en de gratis proeverij mee te pikken. Je kunt dan nog even doorrijden naar Estes Park, ook leuk om even te slenteren en wat te eten en drinken, bijvoorbeeld op de veranda van het mooie Stanley Hotel. Het is een aanrader om er eens te overnachten (het is gezellig, en je kunt er lekker eten) en dan vanuit Estes het Rocky Mountain National Park inrijden.

Je kunt ook nog wat verder noordelijk gaan, richting Cheyenne, Wyoming – een goed anderhalf uur rijden van Denver. Of je gaat de bergen in, naar Blackhawk, het casino-stadje om een avondje te gokken.

Je kunt ook naar het zuiden gaan, naar Colorado Springs, bijvoorbeeld, wat op een goed uur rijden ligt. Daar niet al te ver vandaan ligt ook Manitou Springs, met heel veel winkeltjes en restaurantjes – vlakbij de Garden of the Gods. Of je gaat naar het westen, de bergen in richting Glenwood Springs – op zich is daar niet zo heel veel te doen en te zien, maar je kunt er heerlijk genieten van de Glenwood Hot Springs Pool
.

En zo zijn er nog heel veel andere plaatsen, en plaatsjes, en dorpjes die de moeite van het bezoeken waard zijn – als je er de tijd voor kunt vinden.

Je ziet, Denver – en de omgeving van Denver – heeft eigenlijk best wel wat te bieden. Je kunt het zo gek niet bedenken, of je kunt het wel vinden. Je kunt winkelen bij de grote ketens, of bij de kleine speciaalzaakjes. Je kunt eten bij de Burger Kings van deze wereld, of de kleine lokale restaurantjes. Je kunt lekker achter de televisie hangen, of je kunt een van de vele musea gaan bezoeken. Je kunt in de achtertuin blijven zitten, of je gaat naar een van de 260 parken die Denver rijk is. Je kunt in je eigen buurt blijven, of je gaat een van de vele andere kleurrijke buurten verkennen. En tot slot kun je natuurlijk in je eigen Denver blijven, of je gaat verder het mooie Colorado ontdekken!