Zoals gisteren al aangekondigd in “Creepy Crawlers” bij deze dan een stukje over mijn eerste week bij Road Bear.
Maandagochtend arriveerde ik om 7:45 uur op het terrein. De ontvangst was alvast prima: vraag één was of ik koffie wilde – en het bleek heerlijke koffie te zijn. Niet van het gebruikelijke slappere Amerikaanse kaliber, maar lekker sterke Europese koffie. Europese koffie? Jawel: er werken in totaal vier Zwitsers bij Road Bear; naast Conny, de Branch Manager, zijn er ook nog drie Zwitserse monteurs.
Ik werd al snel aan de hele crew voorgesteld, maar het was enigszins verwarrend: er werken twee mensen die Tom heten, en twee mensen die Andy heten. Hoezo, toeval?
Om het nog verwarrender te maken, zijn allebei de Andy’s Zwitsers, en allebei monteur. Om de twee uit elkaar te houden is de jongste van de twee omgedoopt tot Andy Jr.
De twee Toms zijn wat eenvoudiger uit elkaar te houden: de een is Zwitser, de ander Amerikaan. Om het nog wat duidelijker te maken wordt Zwitserse Tom aangesproken als Tomas.
Naast Andy, Andy, Tom, Tom en Conny werken er ook nog enkele mensen in de schoonmaakploeg: Starla,Viktor en Gil. Alledrie zijn het Amerikanen, maar in tegenstelling tot wat je zou verwachten aan de hand van hun voornamen zijn Viktor en Gil van Mexicaanse afkomst.
Gedurende de week heb ik ze nu een beetje leren kennen, en ik kan met ze allemaal even goed opschieten; stuk voor stuk zijn ze even aardig, vriendelijk en behulpzaam.
Amerikaanse Tom is wel een apart figuur. Lang, mager, twee piercings in zijn linkeroor, en een puntige piercing net onder zijn onderlip, hij lispelt een beetje, en mist twee tanden.
Hij heeft twee keer in de gevangenis gezeten, één keer voor inbraak toen hij 18 was, en één keer voor het stelen van auto’s toen hij wat met drugs te maken had gekregen.
Je kunt van Tom zeggen wat je wilt, maar hij is ontzettend aardig, is geen domme jongen, ontzettend behulpzaam, en heeft een goed gevoel voor humor. Het blijft een beetje een apart typetje, maar ik kan goed met hem opschieten.
Maandagochtend ben ik met Andy (dus niet met Andy, maar met Andy, je weet wel, niet Andy Jr, maar Andy Andy) naar een hotel bij het vliegveld gereden om een Duits echtpaar op te gaan halen. Op dat moment merkte ik dat mijn Duits goed genoeg was om alles te kunnen verstaan alsof het Nederlands of Engels is, maar als het op spreken aankwam dan klapte ik dicht, en kwam ik niet veel verder dan wat stamelen.
Achteraf gezien werd dat voor een groot deel veroorzaakt door de angst om fouten te maken, en daar ben ik inmiddels gelukkig een beetje overheen.
Maar ik loop op de zaken vooruit.
Nadat we met de Duitsers bij Road Bear waren gearriveerd, kreeg ik mijn eerste uitleg over hoe alles te checken in het reserveringssysteem, hoe de credit card transactie werkt, de uitleg over het contract en de verzekeringen, en wat algemene uitleg over de routes in de Denver omgeving.
Hierna was het tijd voor de camper uitleg. Wederom werd ik geconfronteerd met het gebrek aan Duits-kennis als het op de technische termen aankomt. Logisch ook, natuurlijk, want tijdens je middelbare school krijg je normaal gesproken niet geleerd hoe je het gebruik van een camper uitlegt aan klanten…
Dit Duitse echtpaar had al acht keer eerder een camper gehuurd, en hoefde alleen maar een beknopte uitleg te krijgen over de specifieke dingen die anders waren aan deze camper.
Nadat de Duitsers met hun camper waren vertrokken, kreeg ik van Conny een uitgebreide uitleg over hoe de campers in elkaar zitten, en hoe wat waar werkt. Niet onbelangrijk, aangezien het uitleggen van campers deel uitmaakt van mijn dagelijkse werkzaamheden. Goed opletten dus; niet alleen bij die specifieke camper, maar meer ook voor de basisbeginselen, aangezien elke camper toch net weer even anders is.
Hierna was het tijd om propaan en benzine te gaan bijvullen bij een van de campers.
Ik moest maar met Andy meegaan (dezelfde Andy als eerst), dan kon ik zien waar het was en hoe het in zijn werk gaat.
Na terugkomst kreeg ik uitleg over de “convenience kits” en hoe deze samen te stellen. Deze kits bestaan uit het beddengoed, handdoeken, plus al het keukengerei, inclusief bestek, borden, glazen, mokken, enz. enz.
En plotseling, voordat ik het in de gaten had, was het alweer tijd om naar huis te gaan. De tijd was omgevlogen, en mijn armen waren flink verbrand – je brengt zoveel tijd buiten door, en met een aangenaam briesje heb je niet in de gaten dat je langzaam aan het verkleuren bent.
Nu, enkele dagen later, heb ik een mooie “farmer’s tan”: mijn armen, nek en gezicht zijn gekleurd, de rest is zo wit als een smeerkaasje.
Op dinsdag was het mijn taak om mee te helpen met schoonmaken van de campers, om zo te weten te komen wat de rest van het team allemaal doet.
De eerste helft van de dag ben ik bezig geweest met het schoonschrobben van het fornuis, de oven, de magnetron, de wastafel, het aanrecht, en alle pannen in de keuken. Ik was onder de indruk van hoe degelijk en hoe zorgvuldig de campers worden schoongemaakt van binnen.
Na de lunch was het tijd om de campers van buiten te poetsen. Hiertoe heb ik Tom (ofwel “Felony Tom”, zoals ik hem nu noem als ik wat aan Anna vertel, om het onderscheid tussen de twee Toms duidelijk te maken) geholpen met het schrobben van de campers, het wassen van de ramen, en het schoonmaken van de compartimenten.
De nevel die van de camper afkwam tijdens het schoonspuiten van de campers was best wel aangenaam, aangezien het afgelopen dinsdag hier 29 graden was – zo kregen we nog enige verkoeling. Het zorgde er echter ook voor dat mijn zonnebrand nog wat dieper werd dan deze al was…
Ook deze dag vloog om, omdat ik constant bezig was. Maar vanwege het feit dat het werk zo leuk is, merk je niet eens dat het zo snel om gaat.
Woensdag was wederom een dag van leren en nieuwe ervaringen opdoen: het voorbereiden van campers op pick-ups, leren hoe het reserveringssysteem werkt, weer meegaan om gas en benzine te tanken, leren hoe andere types campers er van binnen uitzien en hoe deze werken, en ook weer meer aan mijn Duits sleutelen. Ik heb zelfs een “cheat sheet” gemaakt, om de technische termen in het Duits te onthouden.
Wat is bijvoorbeeld ‘motorkap’ in het Duits? Ik had geen idee, maar het is dus “Kühlerhaube”. En wat is bijvoorbeeld ‘zonnescherm’ in het Duits? Dat blijkt “Markiese” te zijn. En zo zijn er nog veel meer woorden waar ik geen idee van had.
Woensdagochtend vroeg Conny me of ik klaar was voor een camperuitleg in het Duits, en mijn antwoord daar op was “Nein!”
Ik voelde me nog veel te onzeker in het Duits om een camper volledig in het Duits uit te kunnen leggen. Eén van de monteurs (Tomas) heeft de uitleg voor zijn rekening genomen, en ik heb geluisterd om te leren.
Aan het eind van de dag vroeg Conny of ik klaar was om een “walk through”, ofwel uitleg van de camper te kunnen doen in het Engels of het Nederlands, en mijn antwoord daarop was een volmondig “Ja”.
Dat kwam goed uit, zei Conny, omdat donderdag een drukke dag zou worden, met zes pick-ups. Twee van de pick-ups waren Nederlandse stellen, en aan mij de eer om hen de campers uit te leggen.
Donderdagochtend, na een laatste check van de camper ongeveer drie minuten voordat de Nederlanders aankwamen was het aan mij om de volledige transactie af te handelen in het systeem, alle papieren met de klanten door te lopen, en om vervolgens de camper uit te leggen en het schaderapport op te maken.
Het uitleggen ging me gelukkig prima af, en de Nederlanders leken zeer tevreden met zowel hun camper als mijn uitleg. Conny zou op de achtergrond blijven meekijken om te zorgen dat ik alles goed deed. Na een paar minuten echter was Conny nergens meer te zien. Er naderhand naar gevraagd zei ze dat ik alles onder controle had, en dat haar aanwezigheid duidelijk niet nodig was – wel leuk om te horen!
Nadat ik hen een goede vakantie had gewenst en ze waren vertrokken, was er geen tijd om te rusten, aangezien de volgende drie echtparen al weer klaar stonden voor hun pick-up.
Dit keer was het een Zwitsers stel, een Duits stel en het tweede Nederlandse stel. De uitleg werd daarom in het Duits gedaan (door Andy dit keer), mede ook omdat het Nederlandse echtpaar het jaar ervoor een identieke camper al eens had gehad, en goed Duits kon spreken.
Na de uitleg was het aan mij om het schaderapport op te maken met de Nederlanders, en ook dit ging me weer goed af.
De Nederlanders waren net vertrokken, toen Conny al met de uitleg was begonnen voor de laatste twee pickups van de dag: twee Duitse stellen.
Na de uitleg vroeg Conny of ik een schaderapport op wilde maken voor één van de twee campers, en dan zou zij de andere doen.
Slik.
Nou, goed dan, ik zou het zeker proberen. Na een wat aarzelende start ontdekte ik dat het me niet eens zo slecht af ging. Tuurlijk, ik maakte vast en zeker de ene fout na de andere, vooral met het hele “der des dem den-verhaal, maar dat is een kwestie van oefenen.
Uiteindelijk viel het me heel erg mee, en vond ik het zelfs nog leuk ook om wat met de taal te oefenen.
Het was een vermoeiende dag, maar ik heb me kostelijk geamuseerd. Ik heb dat ook tegen Conny gezegd, en zij zei dat ze vond dat het heel goed ging allemaal. Ondanks dat het een vermoeiende dag was – en ook weer een verbrandende dag; mijn kleur rood was weer wat donkerder geworden – was ik helemaal niet moe. Integendeel: ik zat nog vol energie toen ik om vijf uur de auto instapte.
Tijdens het naar huis rijden dacht ik bij mezelf dat ik toch wel erg geluk heb gehad om werk te vinden dat ik zo leuk vind als dit; en dat ze me ook nog betalen om dit werk te doen is al helemaal fantastisch!
De komende week zijn er weer heel wat pick-ups en drop-offs, dus genoeg om ons bezig te houden. Daarnaast zal deze week waarschijnlijk ook toestemming van de verzekeringsmaatschappij van Road Bear komen om mij in de campers te laten rijden. Dat betekent dat ook ik klanten op kan gaan halen, en campers kan gaan (laten) voltanken, iets waar ik me wel op verheug – spelen met het grote speelgoed!
Al met al ben ik ontzettend blij met dit werk: het betaalt redelijk, en het is vlakbij huis, en het is zo ontzettend leuk om te doen.
Gisteren heb ik nog wat heen en weer gemaild met Horst, de Operations Manager, en ik vertelde hem ook hoe blij ik was met het werk en hoe leuk ik het vond – en dat meen ik. Ik vond het bijna jammer dat ik vandaag niet hoefde te werken, en kan bijna niet wachten om morgenvroeg weer richting Road Bear te gaan
Het antwoord van Horst was:
“I’m glad things worked out well and you enjoy the job. That makes getting up every day a lot easier.”
En dat is absoluut waar!