Steun gevraagd voor de varkens in Egypte

Normaal doe ik dit niet snel, maar nu vraag ik toch om jullie hulp, en wel in de vorm van het tekenen van een petitie.

Het betreft een petitie om een einde te laten maken aan de manier waarop varkens in Egypte op dit moment geslacht worden.

Vanwege de uitbraak van de “Swine Flu” wil Egypte (bijna) alle varkens afslachten.

Nu is dit op zich al triest genoeg, omdat het wetenschappelijk is aangetoond dat het slachten van de varkens totaal geen zin heeft bij het bestrijden van de varkensgriep, maar de manier waarop dit nu in Egypte gebeurd, hoe men daar met de arme beesten om gaat, is echt onbeschrijflijk – en onbegrijpelijk.

De arme varkens worden onder andere doodgeslagen of levend verbrand, al dan niet met chemicaliën.

Als er iets is dat me razend maakt, dan is het wel geweld tegen of wrede behandeling van dieren, en dit is echt abominabel.

Vandaar ook het vriendelijk verzoek aan iedereen om de petitie te tekenen, en ook om de link door te sturen naar anderen zodat zo veel mogelijk mensen dit tekenen.

http://e-activist.com/ea-campaign/clientcampaign.do?ea.client.id=24&ea.campaign.id=3557

Je kunt op die pagina ook meer erover lezen en zien – let op: de beelden kunnen schokkend zijn…

Misschien helpt het niet, maar het kost je slechts een minuutje om het in te vullen, en het kan nooit kwaad.

Dank jullie wel alvast!

Vanalles

Dit keer geen samenhangend verhaal maar in plaats daarvan kleine “nieuwsflitsen”, bij gebrek aan een beter woord. Sommigen leuk, anderen iets minder, in willekeurige volgorde…

  • Vandaag was het zover: mijn eerste keer shuttle rijden bij Road Bear! Het was tot nu toe nog steeds wachten op het akkoord van de verzekering van Road Bear. Tijdens een telefoongesprek met de Operations Manager afgelopen dinsdag vroeg Conny of er wellicht al bekend was of ik inmiddels met de Road Bear voertuigen mocht rijden. Het antwoord was dat ik dat al langere tijd mocht, was hij dat vergeten door te geven…?
    En zo had ik vanochtend de shuttle bus volgeladen. Mijn passagiers: twee Duitse stellen – één stel naar het vliegveld, het andere stel naar de Sleep Inn vlakbij het vliegveld.
    Waar ik al bang voor was, gebeurde ook: ik heb me verreden. Niet op weg naar het vliegveld – die weg ken ik inmiddels wel – maar om daarna weer van het vliegveld naar de Sleep Inn te komen, dat had wat meer voeten in de aarde. Óf ik heb verkeerde aanwijzingen gekregen, óf ik heb gewoon niet goed opgelet; iets zegt me dat dit laatste waarschijnlijker is.
    Gelukkig zei de man van het Duitse echtpaar, die voorin naast me zat, dat hij precies hetzelfde zou zijn gereden, en dat hem dit ook zou zijn gebeurd. Al met al zijn we vijf minuutjes later aangekomen, dus het viel allemaal nog wel mee.
  • Gisteren, woensdag, was het fantastisch weer: geen wolkje aan de lucht, 23 graden, zonnig met een klein koel briesje. Ideaal weer om met de cabrio te gaan rijden. En zo besloten we dan ook rond half twee om de koelbox vol te laden met wat koele blikjes cola en een deel van de Peak to Peak Highway te gaan rijden, van Nederland naar Estes Park.
    Het was heerlijk, en al rijdend richting Nederland heb ik mijn “farmer’s tan” weer wat bij kunnen werken.
    Geweldig om de prachtige ruige natuur zo te kunnen bewonderen met de kap naar beneden. Helaas duurde dat niet zo lang als we hadden gehoopt: we waren Nederland net uit, toen het enorm begon te regenen. De hele weg richting Estes heeft het hard geregen, en daarna tot Boulder ook nog een klein beetje. Vanaf Boulder richting huis was het weer droog, maar dusdanig afgekoeld dat open rijden niet meer lekker was.
    Jammer, maar ondanks de regen was het toch prachtig in de bergen!
  • Dan een wat treuriger berichtje: vanochtend vernamen we op het werk dat gisteren, woensdag, er in de staat New York, niet zo heel ver van Buffalo, een dodelijk ongeval heeft plaatsgevonden met een RV van Road Bear. Een Duits gezin dat met een RV vanuit Californië op weg was naar de Road Bear vestiging in New Jersey, heeft een stopbord genegeerd, en is met de camper zeer hard tegen een SUV gereden. De bestuurder van de SUV is uit de auto geslingerd, en is ter plaatse aan interne verwondingen overleden. Ook de Duitse vrouw heeft het ongeluk niet overleefd. De Duitse man, bestuurder van de RV, en zijn 7-jarige zoontje hebben het ongeluk overleefd, evenals de passagier in de SUV, de vrouw van de bestuurder.
    Het lezen van het bericht, en het zien van de foto’s en het filmpje, gaven me kippevel, iets wat niet erg vaak gebeurt.
    Op deze pagina kun je zien hoe de SUV en de RV uit zagen na het ongeluk – kijk vooral ook naar het filmpje rechtsboven. En het is zó snel gebeurd…
  • Met dank aan Monique & Albert en aan Bauke, heb ik de afgelopen week heerlijk kunnen genieten van wat Nederlandse lekkernijen: Beemster-kaas, hagelslag en vlokken. Wat was het lekker om weer eens in een stukje Nederlandse kaas te kunnen bijten, en om daarna van een heerlijke witte boterham met kaas en stroop te genieten. Kopje koffie erbij, glaasje jus, en mijn ontbijtje had niet lekkerder kunnen zijn.
    De stroopwafels zijn helaas al op, maar de Venco dropjes, daar geniet ik nog van: één of twee per dag, niet meer, anders zijn ze te snel op…
    “Puur genieten”, om een ander Nederlands product te quoten waar ik binnenkort ook van hoop te kunnen genieten als mijn Senseo eindelijk arriveert!
  • Vandeweek hadden we het op het werk over de “creepy crawlers”. Schreef ik eerder al over de “bold jumping spiders” die we hier hebben (jaja, ook in huis, zo blijkt!), het kan op het werk nog wat erger. Zo hebben we niet alleen blijkbaar de Zwarte Weduwe
    blackwidow.JPG
    maar ook de zogenaamde Camel Spider:
    camel-spider-custom.jpg
    Aan deze laatste foto kun je al zien hoe groot deze lieverds zijn (ja, dat is een tafeltennisbatje). Ze kunnen zo’n 12 tot 15 centimeter worden van het ene eind tot het andere, en daarnaast zijn ze ook agressief: waar andere spinnen van je wegrennen, komt deze juist op je af, en snel ook: ze kunnen zo’n 15 kilometer per uur halen…
    Volgens sommige verhalen maken deze spinnen ook een “schreeuwend” geluid als ze op je af komen rennen, maar dat blijkt niet waar te zijn. Maakt ook niet uit: als zo’n kreng op mij af komt rennen, dan ren ik toch harder de andere kant op, en schreeuw ik nog harder ook…
    Ondanks dit alles, ben ik op de een of andere bizarre manier toch geïntrigeerd door deze spin, en zou ik er best wel een willen zien: liefst op zo’n twee à drie meter afstand, of nog beter: achter dik glas – en alleen, zodat niemand mij hoort schreeuwen…

De eerste week bij Road Bear

Zoals gisteren al aangekondigd in “Creepy Crawlers” bij deze dan een stukje over mijn eerste week bij Road Bear.

Maandagochtend arriveerde ik om 7:45 uur op het terrein. De ontvangst was alvast prima: vraag één was of ik koffie wilde – en het bleek heerlijke koffie te zijn. Niet van het gebruikelijke slappere Amerikaanse kaliber, maar lekker sterke Europese koffie. Europese koffie? Jawel: er werken in totaal vier Zwitsers bij Road Bear; naast Conny, de Branch Manager, zijn er ook nog drie Zwitserse monteurs.

Ik werd al snel aan de hele crew voorgesteld, maar het was enigszins verwarrend: er werken twee mensen die Tom heten, en twee mensen die Andy heten. Hoezo, toeval?
Om het nog verwarrender te maken, zijn allebei de Andy’s Zwitsers, en allebei monteur. Om de twee uit elkaar te houden is de jongste van de twee omgedoopt tot Andy Jr.
De twee Toms zijn wat eenvoudiger uit elkaar te houden: de een is Zwitser, de ander Amerikaan. Om het nog wat duidelijker te maken wordt Zwitserse Tom aangesproken als Tomas.

Naast Andy, Andy, Tom, Tom en Conny werken er ook nog enkele mensen in de schoonmaakploeg: Starla,Viktor en Gil. Alledrie zijn het Amerikanen, maar in tegenstelling tot wat je zou verwachten aan de hand van hun voornamen zijn Viktor en Gil van Mexicaanse afkomst.

Gedurende de week heb ik ze nu een beetje leren kennen, en ik kan met ze allemaal even goed opschieten; stuk voor stuk zijn ze even aardig, vriendelijk en behulpzaam.

Amerikaanse Tom is wel een apart figuur. Lang, mager, twee piercings in zijn linkeroor, en een puntige piercing net onder zijn onderlip, hij lispelt een beetje, en mist twee tanden.
Hij heeft twee keer in de gevangenis gezeten, één keer voor inbraak toen hij 18 was, en één keer voor het stelen van auto’s toen hij wat met drugs te maken had gekregen.
Je kunt van Tom zeggen wat je wilt, maar hij is ontzettend aardig, is geen domme jongen, ontzettend behulpzaam, en heeft een goed gevoel voor humor. Het blijft een beetje een apart typetje, maar ik kan goed met hem opschieten.

Maandagochtend ben ik met Andy (dus niet met Andy, maar met Andy, je weet wel, niet Andy Jr, maar Andy Andy) naar een hotel bij het vliegveld gereden om een Duits echtpaar op te gaan halen. Op dat moment merkte ik dat mijn Duits goed genoeg was om alles te kunnen verstaan alsof het Nederlands of Engels is, maar als het op spreken aankwam dan klapte ik dicht, en kwam ik niet veel verder dan wat stamelen.

Achteraf gezien werd dat voor een groot deel veroorzaakt door de angst om fouten te maken, en daar ben ik inmiddels gelukkig een beetje overheen.

Maar ik loop op de zaken vooruit.

Nadat we met de Duitsers bij Road Bear waren gearriveerd, kreeg ik mijn eerste uitleg over hoe alles te checken in het reserveringssysteem, hoe de credit card transactie werkt, de uitleg over het contract en de verzekeringen, en wat algemene uitleg over de routes in de Denver omgeving.

Hierna was het tijd voor de camper uitleg. Wederom werd ik geconfronteerd met het gebrek aan Duits-kennis als het op de technische termen aankomt. Logisch ook, natuurlijk, want tijdens je middelbare school krijg je normaal gesproken niet geleerd hoe je het gebruik van een camper uitlegt aan klanten…
Dit Duitse echtpaar had al acht keer eerder een camper gehuurd, en hoefde alleen maar een beknopte uitleg te krijgen over de specifieke dingen die anders waren aan deze camper.

Nadat de Duitsers met hun camper waren vertrokken, kreeg ik van Conny een uitgebreide uitleg over hoe de campers in elkaar zitten, en hoe wat waar werkt. Niet onbelangrijk, aangezien het uitleggen van campers deel uitmaakt van mijn dagelijkse werkzaamheden. Goed opletten dus; niet alleen bij die specifieke camper, maar meer ook voor de basisbeginselen, aangezien elke camper toch net weer even anders is.

Hierna was het tijd om propaan en benzine te gaan bijvullen bij een van de campers.
Ik moest maar met Andy meegaan (dezelfde Andy als eerst), dan kon ik zien waar het was en hoe het in zijn werk gaat.

Na terugkomst kreeg ik uitleg over de “convenience kits” en hoe deze samen te stellen. Deze kits bestaan uit het beddengoed, handdoeken, plus al het keukengerei, inclusief bestek, borden, glazen, mokken, enz. enz.

En plotseling, voordat ik het in de gaten had, was het alweer tijd om naar huis te gaan. De tijd was omgevlogen, en mijn armen waren flink verbrand – je brengt zoveel tijd buiten door, en met een aangenaam briesje heb je niet in de gaten dat je langzaam aan het verkleuren bent.
Nu, enkele dagen later, heb ik een mooie “farmer’s tan”: mijn armen, nek en gezicht zijn gekleurd, de rest is zo wit als een smeerkaasje.

Op dinsdag was het mijn taak om mee te helpen met schoonmaken van de campers, om zo te weten te komen wat de rest van het team allemaal doet.
De eerste helft van de dag ben ik bezig geweest met het schoonschrobben van het fornuis, de oven, de magnetron, de wastafel, het aanrecht, en alle pannen in de keuken. Ik was onder de indruk van hoe degelijk en hoe zorgvuldig de campers worden schoongemaakt van binnen.

Na de lunch was het tijd om de campers van buiten te poetsen. Hiertoe heb ik Tom (ofwel “Felony Tom”, zoals ik hem nu noem als ik wat aan Anna vertel, om het onderscheid tussen de twee Toms duidelijk te maken) geholpen met het schrobben van de campers, het wassen van de ramen, en het schoonmaken van de compartimenten.

De nevel die van de camper afkwam tijdens het schoonspuiten van de campers was best wel aangenaam, aangezien het afgelopen dinsdag hier 29 graden was – zo kregen we nog enige verkoeling. Het zorgde er echter ook voor dat mijn zonnebrand nog wat dieper werd dan deze al was…
Ook deze dag vloog om, omdat ik constant bezig was. Maar vanwege het feit dat het werk zo leuk is, merk je niet eens dat het zo snel om gaat.

Woensdag was wederom een dag van leren en nieuwe ervaringen opdoen: het voorbereiden van campers op pick-ups, leren hoe het reserveringssysteem werkt, weer meegaan om gas en benzine te tanken, leren hoe andere types campers er van binnen uitzien en hoe deze werken, en ook weer meer aan mijn Duits sleutelen. Ik heb zelfs een “cheat sheet” gemaakt, om de technische termen in het Duits te onthouden.

Wat is bijvoorbeeld ‘motorkap’ in het Duits? Ik had geen idee, maar het is dus “Kühlerhaube”. En wat is bijvoorbeeld ‘zonnescherm’ in het Duits? Dat blijkt “Markiese” te zijn. En zo zijn er nog veel meer woorden waar ik geen idee van had.

Woensdagochtend vroeg Conny me of ik klaar was voor een camperuitleg in het Duits, en mijn antwoord daar op was “Nein!”
Ik voelde me nog veel te onzeker in het Duits om een camper volledig in het Duits uit te kunnen leggen. Eén van de monteurs (Tomas) heeft de uitleg voor zijn rekening genomen, en ik heb geluisterd om te leren.

Aan het eind van de dag vroeg Conny of ik klaar was om een “walk through”, ofwel uitleg van de camper te kunnen doen in het Engels of het Nederlands, en mijn antwoord daarop was een volmondig “Ja”.
Dat kwam goed uit, zei Conny, omdat donderdag een drukke dag zou worden, met zes pick-ups. Twee van de pick-ups waren Nederlandse stellen, en aan mij de eer om hen de campers uit te leggen.

Donderdagochtend, na een laatste check van de camper ongeveer drie minuten voordat de Nederlanders aankwamen was het aan mij om de volledige transactie af te handelen in het systeem, alle papieren met de klanten door te lopen, en om vervolgens de camper uit te leggen en het schaderapport op te maken.

Het uitleggen ging me gelukkig prima af, en de Nederlanders leken zeer tevreden met zowel hun camper als mijn uitleg. Conny zou op de achtergrond blijven meekijken om te zorgen dat ik alles goed deed. Na een paar minuten echter was Conny nergens meer te zien. Er naderhand naar gevraagd zei ze dat ik alles onder controle had, en dat haar aanwezigheid duidelijk niet nodig was – wel leuk om te horen!
Nadat ik hen een goede vakantie had gewenst en ze waren vertrokken, was er geen tijd om te rusten, aangezien de volgende drie echtparen al weer klaar stonden voor hun pick-up.
Dit keer was het een Zwitsers stel, een Duits stel en het tweede Nederlandse stel. De uitleg werd daarom in het Duits gedaan (door Andy dit keer), mede ook omdat het Nederlandse echtpaar het jaar ervoor een identieke camper al eens had gehad, en goed Duits kon spreken.

Na de uitleg was het aan mij om het schaderapport op te maken met de Nederlanders, en ook dit ging me weer goed af.

De Nederlanders waren net vertrokken, toen Conny al met de uitleg was begonnen voor de laatste twee pickups van de dag: twee Duitse stellen.
Na de uitleg vroeg Conny of ik een schaderapport op wilde maken voor één van de twee campers, en dan zou zij de andere doen.

Slik.

Nou, goed dan, ik zou het zeker proberen. Na een wat aarzelende start ontdekte ik dat het me niet eens zo slecht af ging. Tuurlijk, ik maakte vast en zeker de ene fout na de andere, vooral met het hele “der des dem den-verhaal, maar dat is een kwestie van oefenen.
Uiteindelijk viel het me heel erg mee, en vond ik het zelfs nog leuk ook om wat met de taal te oefenen.

Het was een vermoeiende dag, maar ik heb me kostelijk geamuseerd. Ik heb dat ook tegen Conny gezegd, en zij zei dat ze vond dat het heel goed ging allemaal. Ondanks dat het een vermoeiende dag was – en ook weer een verbrandende dag; mijn kleur rood was weer wat donkerder geworden – was ik helemaal niet moe. Integendeel: ik zat nog vol energie toen ik om vijf uur de auto instapte.

Tijdens het naar huis rijden dacht ik bij mezelf dat ik toch wel erg geluk heb gehad om werk te vinden dat ik zo leuk vind als dit; en dat ze me ook nog betalen om dit werk te doen is al helemaal fantastisch!

De komende week zijn er weer heel wat pick-ups en drop-offs, dus genoeg om ons bezig te houden. Daarnaast zal deze week waarschijnlijk ook toestemming van de verzekeringsmaatschappij van Road Bear komen om mij in de campers te laten rijden. Dat betekent dat ook ik klanten op kan gaan halen, en campers kan gaan (laten) voltanken, iets waar ik me wel op verheug – spelen met het grote speelgoed!

Al met al ben ik ontzettend blij met dit werk: het betaalt redelijk, en het is vlakbij huis, en het is zo ontzettend leuk om te doen.

Gisteren heb ik nog wat heen en weer gemaild met Horst, de Operations Manager, en ik vertelde hem ook hoe blij ik was met het werk en hoe leuk ik het vond – en dat meen ik. Ik vond het bijna jammer dat ik vandaag niet hoefde te werken, en kan bijna niet wachten om morgenvroeg weer richting Road Bear te gaan

Het antwoord van Horst was:

“I’m glad things worked out well and you enjoy the job. That makes getting up every day a lot easier.”

En dat is absoluut waar!

Creepy Crawlers

Even snel een kort blogje tussendoor (een update over mijn ervaringen bij Road Bear volgt morgen).

Als je in een ander land gaat wonen, dan betekent dat ook vaak dat je met andere dieren en insecten te maken krijgt dan je thuis gewend bent.

In Texas kwam ik enkele jaren terug al eens (veel te dichtbij) oog in oog (ogen?) te staan met deze mooie jongen (of liever, jongedame, aangezien het een vrouwtje is):

yellowgardenspider-custom.jpg

Het is een “yellow garden spider”, en deze spin is van het uiteinde van de ene poot naar het uiteinde van de andere poot zo’n 7,5 centimeter lang – geen kleintje dus, en als je net als ik absoluut niets van spinnen moet hebben, en al zoekende naar een tennisbal in de struiken bijna met je gezicht het web inloopt waar mevrouw rustig zat te niksen, dan kun je je voorstellen dat ik heb gegild als een jonge keukenmeid toen ik opkeek en nog geen vijftien centimeter met mijn neus van dit schatje stond…

Denver, Colorado – enkele jaren later. Of liever gezegd: vorige week.

Het was zo ongeveer half twaalf ’s avonds, en ik ging naar bed. Ik maakte het licht aan in de badkamer, en zag in mijn ooghoek iets heel snel de slaapkamer inschieten.

Heldhaftig als ik ben als het op kruipend spul aankomt (ahem) sloop ik heel voorzichtig de slaapkamer in. Net om de hoek bij de deur zat daar een van de meest bizar uitziende insecten die ik tot nu toe ergens in levende lijve heb gezien.

Het leek op iets dat zo uit het Stenen Tijdperk was weggelopen. Het leek een oneindig aantal poten te hebben, plus allerlei andere uitsteeksels aan de voor- en achterkant. Het oerinsect zat volledig stil toen ik het zag, maar ik kon niet zien wat de voorkant was, en wat de achterkant – het zag er vrijwel identiek uit.

Ik vond het maar een vies en vreemd uitziend iets, maar ik was ook zeer geïntrigeerd door het insect. Ik riep Anna erbij, en ook zij vond het een smerig insect. Nu moet je weten dat Anna helemaal niets om spinnen of ander kruipspul geeft: ze zou het zo allemaal oppakken en bekijken en ermee spelen – maar niet dit insect.
Om met haar woorden te spreken: “This one makes my skin crawl”… en geloof me, dat gebeurt niet snel.

Uiteindelijk heb ik het ding met een glas en een dikke envelop weten te vangen en naar buiten weten te gooien. Na wat googelen ben ik erachter gekomen wat het was: een “common house centipede”:

housecentipede-custom.jpg

Deze centipedes kunnen wel zo’n 5 centimeter lang worden, en deze zat daar echt niet ver vanaf. Ze zijn bloedsnel, en het is moeilijk te zien wat de voorkant is totdat ze beginnen te rennen.
Wat mij nog het meest verontrustte -meer nog dan het woordje “house”, wat aangeeft dat ze in huizen voorkomen – was het woordje “common”: dat impliceert immers dat dit een veel voorkomend insect is. En dit is echt geen insect dat ik vaak wil tegenkomen in mijn huis.
Als je vervolgens ook nog leest dat een “common house centipede” tussen de 60 en 150 eitjes, en dan ga je ineens overal centipedes verwachten…

Gelukkig is het tot nu toe maar bij één gebleven, en hopelijk kunnen we dat ook zou houden.

Tot slot nog een achtpotig wezentje dat ik vandaag op het werk tegenkwam:

jumpingspider-custom.jpg

Dit is een zogenaamde “bold jumping spider”. Het schatje is zo’n 2 centimeter lang van poot tot poot. Niet zo heel groot, maar het is razendsnel en, zoals de naam al aangeeft: ze springen.

Ik wist dit laatste uiteraard niet, maar als het op spinnen aankomt, dan vertrouw ik ze voor geen meter, en ben dus maar snel met een klein boogje om de betonnen bank heen gelopen waar hij of zij op liep. En dat is misschien maar goed ook; de beschrijving van het spinnetje is – voor mij althans – verontrustend:

“These spiders are aggressive and spunky, with a bite that hurts but lacks any dangerous poison.”

Agressieve spinnen met een pijnlijke beet. Mooi zo. Leuk. Ben ik even blij dat ik om hem/haar heen ben gelopen. En die boog wordt de volgende keer alleen maar groter. Als het kreng bovenop me zou springen op het moment dat we klanten hebben rondlopen, wil ik niet degene zijn die zichzelf voor Jan met de korte achternaam zet door als een gillende keukenmeid tussen de campers door te rennen…

Tot zover deze korte insectenupdate. Ik zou heel graag willen zeggen dat het hier wel bij zal blijven, maar ik ben bang dat ik vast nog wel meer akelige, kruipende, springende, rennende en vliegende schoonheden tegen zal komen…

Naar The Mile High City

Mijn laatste post dateert alweer van 29 april, tijd dus voor een update want er is wel het een en ander gebeurd sindsdien.

De belangrijkste en grootste verandering is toch wel dat we nu officieel van Fort Collins naar Denver zijn verhuisd.

We vonden het allebei erg jammer om Fort Fun (zoals Fort Collins ook wel genoemd wordt) te verlaten, omdat het nu eenmaal een ontzettend leuk en gemoedelijk stadje is, waar alles makkelijk en snel te bereiken is – en vergeet het bierbrouwersfestival niet! (Gelukkig is het maar een uurtje rijden vanuit Denver…)

Denver is wat dat betreft echt een grote stad: druk en rommelig. We hebben dan ook al besloten dat we niet al te lang in Denver zullen blijven wonen, maar zodra de situatie het toelaat ergens buiten Denver te gaan kijken. We denken dan bijvoorbeeld aan stadjes als Thornton, of nog noordelijker, Longmont. Maar goed, dat is voor later…

Het voordeel van de verhuizing naar Denver is dat we eindelijk – na meer dan 6 maanden – onze eigen spullen weer terugzagen.

Het was nog even spannend of de verhuizers zouden kunnen leveren op de door ons gewenste datum van vrijdag 1 mei; als dat niet zou lukken, dan zou het een week later moeten plaatsvinden, omdat die volgende vrijdag de eerstvolgende doordeweekse dag was waarop we allebei thuis zouden zijn.

Het was nog even wachten op de ontvangstbevestiging van de laatste betaling voor de opslag voordat men de levering zou kunnen plannen. Na deze laatste betaling zou levering binnen drie à vier dagen kunnen plaatsvinden. De betalingsbevestiging kwam uiteindelijk op dinsdag 28 april – kortdag dus voor een levering op vrijdag 1 mei.

Gelukkig kwam op woensdag het verlossende woord: levering op vrijdag 1 mei was mogelijk. Die donderdag zou ik een telefoontje krijgen met de mededeling hoe laat de verhuizers zouden komen, en de rest zou zich vanzelf wijzen.

Donderdag 30 april rond het middaguur zag ik dat ik een gemiste oproep had. Het voicemailbericht was van het verhuisbedrijf: “The crew will come between 8 and 10″.
Vroeg opstaan dus, want 8:00 uur zou ook best wel eens 7:30 uur kunnen betekenen – of 9:55 uur, natuurlijk, je weet het nooit. Ik verwachtte ze echter dichter bij 8:00 uur dan 10:00 uur.

Vrijdagochtend wees uit dat mijn vermoeden juist was: om 8:10 uur stonden ze voor de deur.

De melding van het verhuisbedrijf bleek echter ook correct: even na tienen vertrokken ze alweer. Ze zijn dus inderdaad “between 8 and 10″ hier geweest!
Helaas ben ik helemaal vergeten om foto’s te maken; jammer, want anders had ik de verhuizing aan beide kanten op beeld vastgelegd gehad…

De verhuizers waren alledrie erg vriendelijk, en ook supersnel. Nu scheelde het wel dat we vantevoren al wisten dat bepaalde dozen en meubelstukken niet naar beneden hoefden te worden gebracht; datgene wat niet in ons kelderappartementje zou passen, zou in opslag gaan, en kon in de garage worden gezet.

We hadden in totaal zo’n 20 dozen met boeken, en die zouden rechtstreeks richting Public Storage gaan. Ook alle kerstspullen hoefden niet naar beneden gedragen te worden.
Als laatste hoefden ook onze loodzware TV-kast en woonkamerkast niet naar beneden gebracht te worden: de TV-kast was waarschijnlijk toch te breed om door de smalle deur te passen beneden, en ik had mijn twijfels of het plafond in de kelder hoog genoeg was voor de andere kast.

Vandaar dat de verhuizers met gemak op tijd weer weg waren. Dat kwam eigenlijk wel goed uit want het gaf ons de rest van de dag om door alle dozen heen te gaan, en de inhoud ervan op schade te controleren, en uit te pakken wat we in ons apartementje wilden hebben.

Gelukkig zijn we helemaal niets tegen gekomen wat kapot of beschadigd was; zelfs delicaat antiek glaswerk en spiegels en schilderijen hebben het overleefd. Complimenten dus aan de jongens van KHZ; zelfs de verhuizers hier waren lovend over hoe alles was ingepakt.

Nu, een week verder, hebben we heel wat vorderingen gemaakt, zeker als je je bedenkt dat het meeste allemaal na werktijd is gedaan.

Alle dozen zijn overgebracht naar onze ’storage unit’, en alleen de grote meubelstukken moeten nog daarheen gebracht worden. Hiervoor zullen we echter bij Budget of U-Haul een klein vrachtwagentje moeten huren, maar gelukkig zijn die niet zo duur: $19.95 voor een dag, plus $0.69 per gereden mijl. Aangezien onze storage unit maar zo’n 5 mijl hiervandaan is, en zowel Budget als U-Haul een ‘rental station’ hier vlakbij hebben valt dat nog allemaal reuze mee.

Er moet echter nog wel het een en ander gebeuren: het keukentje moet worden ingericht, het antieke bureau dat we van de ouders van Anna te leen hebben moet in de meubelwas worden gezet, allerlei klein spul moet een plekje krijgen en worden opgeborgen, en het meest tijdrovende: alle kleding moet worden gewassen. De winterkleding kan nu worden opgeborgen in de koffers, en worden vervangen door de zomerkleding.

Als laatste moeten natuurlijk de ‘finishing touches’ worden aangebracht: het ophangen van schilderijen, spiegels en foto’s. En dat wordt nog leuk: daar waar je in Nederland op elke willekeurige plek een spijker of schroef de muur in kunt jagen (al dan niet met boren), werkt dat hier toch net even anders.

Elk type muur heeft een eigen type schroef of andere ophangmethode, waarbij het ook nog eens verschil uitmaakt of je in de ’stud’ (volgens Google is ’staander’ de juiste vertaling, ofwel de rechtopstaande balk in het frame van de muur waartegen houten platen of gipsplaten (’drywall’) wordt geplaatst) gaat schroeven of niet – dat is dus even wennen.

Ik wil in ieder geval zeker weten dat alles wat ik ophang ook daadwerkelijk blijft hangen. Het zou zonde zijn als het de hele verhuizing heeft overleefd om vervolgens hier van de muur te vallen…

Zodra alles op orde is gebracht, en alles aan de muur blijft hangen, zal ik wat foto’s maken en hier plaatsen om een idee te geven van ons stekje in Denver.

Een ander “hoogtepunt” deze week vond gisteren plaats: mijn laatste werkdag bij Walmart. Na er iets meer dan vijf maanden met veel plezier en zonder enige stress te hebben gewerkt was de tijd aangebroken om afscheid te nemen.

Het verbaasde me dat ik het bijna net zo moeilijk vond om na vijf maanden bij Walmart te vertrekken als ik het destijds vond om na vijfeneenhalf jaar bij Vodafone de deur uit te lopen. Het werk zal ik niet missen, sommige collega’s echter wel. Gelukkig heeft bijna iedereen tegenwoordig Facebook, en heb ik de leukste collega’s daar inmiddels al toegevoegd.

Het was leuk en vleiend om onafhankelijk van elkaar van ‘mijn’ Co-Manager Brenda, van de Store Manager Rick, van ‘mijn’ Assistant Manager Steve, van Assistant Manager Auggie (die me destijds samen met Department Manager Kenny heeft aangenomen) en van Personnel Manager Lynnette te horen dat als ik ooit terug zou willen komen ze altijd een plekje voor me hadden. Ook als het in Denver allemaal niet zo zou uitpakken als we verwachtten, dan zouden ze alles doen om me bij een Walmart hier in de buurt aan het werk te helpen.
Goed om te weten dat ik – zo lijkt het nu althans  – nog iets achter de hand heb om op terug te vallen…

Afgelopen dinsdag ben ik ook voor de eerste keer naar mijn nieuwe werkplek gegaan om kennis te maken met de manager, Conny. De Manager Operations van Road Bear die me heeft aangenomen had weliswaar gezegd dat ik niet per se langs hoefde te gaan – ze zouden me op maandag 11 mei om 8:00 uur wel zien verschijnen – maar ik vond het persoonlijk toch wel netter om even kennis te gaan maken.

Rond 11:00 uur kwamen we (Anna was even meegeweest) bij Road Bear aan, en een medewerkster van Road Bear – wat naar alle waarschijnlijkheid Conny was – was op dat moment alles over een RV aan het uitleggen aan een echtpaar dat deze RV waarschijnlijk kwam ophalen.

Er was voor de rest niemand aanwezig in het kantoortje, wat ons wel de gelegenheid gaf om eens ongestoord mijn nieuwe werkplek te kunnen bekijken.
Na een paar minuten binnen te hebben gewacht, zijn we buiten in de zon op het bankje voor het kantoortje gaan zitten wachten. Het was zo’n 23 graden, dus geen straf om daar even te zitten.

Zo rond 11:15 uur kwam een auto toeterend het terrein opgereden. Het bleek de lunch te zijn: zo’n typisch Amerikaans verschijnsel waar achterop een pickup truck een heel winkeltje is gebouwd waarvan de zij- en achterkleppen opengaan en waarachter de koopwaar en zelfs een klein keukentje schuil gaan.
Prompt kwamen alle Road Bear medewerkers naar buiten, en gingen hun lunch halen bij de mevrouw met de truck.

Het viel me op (of liever gezegd, tegen) dat geen enkele medewerker ons een blik waardig gunde – niemand die vroeg “Are you being helped?” of die zei “Someone will be with you shortly”.
Iedereen die daar op dat bankje voor het kantoortje zit is waarschijnlijk toch wel een klant, dus het erkennen dat er iemand zit te wachten is toch wel het minste wat je kunt doen. Misschien kan ik dat eens met Conny opnemen, binnenkort…

Na zo’n twintig minuten te hebben gewacht, liep ik eens in de richting van de RV waar (waarschijnlijk) Conny nog steeds bezig was.
Plotseling kwam ze echter uit de RV en rende richting het kantoortje. Bij ons aangekomen stopte ze en vroeg of we al geholpen waren. Ik zei dat we niet echt hulp nodig hadden, maar dat ik Dennis was en me even wilde komen voorstellen. Ze klapte daarop in haar handen en maakte twee kleine sprongetjes en zei dat zij Conny was en oh zo blij dat ik er was, en ze kon niet wachten tot maandagochtend 8:00 uur! Ze schudde hierop onze handen, zei “Nice to have met you, but I have to run now, the customers are waiting!”, en was weer weg.

Dat was dus inderdaad Conny.
Ze leek in ieder geval aardig, voor zover ik in die halve minuut heb kunnen vaststellen. De komende tijd zal uitwijzen of dat inderdaad zo is, maar ik heb niet zo snel problemen met iemand, en ik denk dat het allemaal wel mee zal vallen.
Er lijkt in ieder geval een leuke ontspannen, casual sfeer te hangen, wat altijd wel positief is, natuurlijk. Ik ben in ieder geval zeer benieuwd naar komende maandag!